Menu

Jaarverslag 2017

Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio

Voorwoord

Het funderend onderwijs in Nederland bevindt zich in een interessante tijd. Er is op alle niveaus discussie en beweging waarneembaar, voortkomend uit de wens tot verandering en vernieuwing. Dit betreft zowel de inhoud als de vorm van het onderwijs en de samenwerking in de keten. Het project curriculum.nu, de vormgeving van passend onderwijs, de aandacht voor gepersonaliseerd leren, 10-14 trajecten en maatwerkdiploma’s zijn hiervan sprekende voorbeelden. Naast deze zoektocht naar ruimte voor ontwikkeling van onderwijs dat optimaal aansluit bij de individuele en brede ontwikkeling van kinderen die leven en straks zullen werken in de 21ste eeuw, vragen ook de ervaren werkdruk en de arbeidsvoorwaarden van medewerkers aandacht. De recente beweging PO in Actie maakt dit op treffende wijze duidelijk.

Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en regio (OOZ) ziet het als haar uitdaging om met haar onderwijs aan te sluiten bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en invulling te geven aan een toekomst waarin oude patronen worden losgelaten en nieuwe tradities ontstaan. In het strategisch beleidsplan Koers & Ambities 2015-2018 zijn deze ambities verwoord. Centrale begrippen hierbij zijn: eigenaarschap, (grenzeloos) maatwerk en 21ste eeuwse vaardigheden. Aan deze inspirerende thema’s wordt betekenis gegeven door leerlingen, onderwijsgevenden en leidinggevenden. De medewerkers Support faciliteren de gewenste organisatieontwikkeling. In 2017 zijn nieuwe stappen gezet op de terreinen HR, financiën en communicatie.

In augustus 2017 is de ‘onderwijsroute 10-14’ van start gegaan. Op de onderwijslocatie aan de Lassuslaan in Zwolle wordt onderwijs aangeboden aan leerlingen van de groepen 7 en 8 uit het basisonderwijs en klas 1 en 2 voortgezet onderwijs. Aan alle in het voortraject opgebouwde pedagogische, onderwijskundige en didactische inzichten en expertise, passend bij het strategisch beleidsplan Koers & Ambitie, wordt in deze school concreet vorm en inhoud gegeven.

Per 1 augustus 2017 is de personele unie OOZ - stichting Orthopedagogisch Centrum de Ambelt (de Ambelt) tot stand gekomen. OOZ en de Ambelt zien deze verbinding als een kansrijke stap in de bundeling van expertise in het (voortgezet) speciaal onderwijs en een versterking van de verbinding tussen regulier en (voortgezet) speciaal onderwijs.

In 2018 zal de ingezette koers verder uitgewerkt worden, in nauwe verbinding met de samenleving en waar mogelijk en nodig over de grenzen van onze scholen, sectoren en organisatie.
Het bestuur bedankt alle medewerkers en allen die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onze leerlingen, onze scholen en onze organisatie. Onderwijs maak je samen!

College van Bestuur - De heer C.J. Elsinga en de heer A. de Wit

Samenvatting

2.1 Ons onderwijs

De onderwijskwaliteit op onze scholen is over het algemeen stabiel te noemen. Vanuit die stabiliteit worden met Koers & Ambities 2015-2018 initiatieven ontwikkeld om de innovatiekracht en daarmee de positie van OOZ te versterken. Ook de leerlingenpopulatie is van invloed op deze positie. De leerlingaantallen blijven in beweging, er is zowel sprake van krimp- als groeigebieden. Daarop wordt in het onderwijsaanbod geanticipeerd.

2.1.1 Onderwijsvernieuwing

Om een toponderwijsorganisatie met een onderscheidende merkwaarde te kunnen zijn en blijven, worden onderwijs en de ondersteunende processen continu doorontwikkeld. Alle scholen geven op hun eigen wijze vorm aan onderwijsvernieuwing op basis van de pijlers eigenaarschap, maatwerk en 21e eeuwse vaardigheden/talentontwikkeling. In de opstartfase van deze innovatieve onderwijsvormen worden door OOZ vanuit het budget Koers & Ambities 2015-2018 middelen ter beschikking gesteld. Hierbij kan gedacht aan de onderwijsroute 10-14 en Supernova.

2.1.2 Leerlingenontwikkelingen

Het aantal leerlingen is in het schooljaar 2017-2018 licht gedaald ten opzichte van vorig schooljaar. Er zijn grote verschillen waarneembaar in de groei en krimp van de leerlingenpopulatie tussen sectoren en scholen, waarbij de locatie van een school een belangrijke rol speelt.
In het Primair Onderwijs (hierna: PO) is het totaal aantal leerlingen met 45 gestegen ten opzichte van vorig schooljaar, terwijl in het Voortgezet Onderwijs (hierna: VO) in totaliteit sprake is van een daling van 81 leerlingen. Het Speciaal Onderwijs (hierna te noemen: SO) is opnieuw flink gestegen, met 46 leerlingen. Dit hangt onder andere samen met een toename van complexe zorgvragen, die de grenzen van het reguliere onderwijs overschrijden.

2.1.3 Onderwijsopbrengsten

OOZ laat al jaren een stabiel en hoog niveau zien van de onderwijskwaliteit. Alle scholen hebben een basisarrangement van de inspectie. In het PO lieten de scores op de eindtoets een wisselend beeld zien. Voor twee scholen geldt dat zij twee jaar op rij onvoldoende hebben gescoord. Hier zijn verbetertrajecten geïnitieerd. Dit geldt ook voor twee scholen die een dalende lijn in de opbrengsten vertonen.

In het VO zijn de resultaten voldoende tot goed op de verschillende locaties. Ook in het SO zijn de onderwijsopbrengsten naar behoren: er is een goed systeem voor kwaliteitszorg ontwikkeld en de uitstroom en bestendiging van leerlingen is conform verwachting.

2.1.4 Personele unie OOZ - Ambelt

Na een voorbereiding van twee jaar is het besluit goedgekeurd tot het aangaan van een personele unie met de Ambelt per 1 augustus 2017. Met de juridische vorm van de personele unie wordt een samenwerking nagestreefd, die op termijn, binnen twee tot drie jaren, zal leiden tot een wijze van samensmelting, ook in juridische zin. Tot die tijd blijven beide stichtingen gescheiden entiteiten, die dezelfde samenstelling van Raad van Toezicht en College van Bestuur kennen.

2.2 Onze bedrijfsvoering

Onze bedrijfsvoering bestaat uit de processen die ons primaire proces, het leveren van kwalitatief hoogstaand onderwijs, ondersteunen. De mate waarin deze processen een toegevoegde waarde leveren aan het onderwijs en de organisatieontwikkeling bepaalt mede de mate waarin ons onderwijs kan excelleren.

2.2.1 HR

Het personeel is het belangrijkste kapitaal van OOZ. Het strategisch HR-beleid JIJ&OOZ is erop gericht om medewerkers de ruimte te bieden hun talenten en expertise te ontdekken en benutten. Zo wordt eigenaarschap gecreëerd en worden medewerkers gestimuleerd het maximale uit zichzelf te willen halen. Dit komt de kwaliteit van het onderwijs aan de leerlingen ten goede. Professionaliseringsprogramma’s worden onder andere aangeboden op het gebied van leiderschap, talentontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en loopbaan & mobiliteit.

2.2.2 Marketing & Communicatie

Om de communicatie vanuit OOZ met alle medewerkers efficiënter te laten verlopen, is een interne infrastructuur ontwikkeld binnen het reeds bestaande mijnooz-platform. Daarnaast is de website JIJenOOZ.nl ontwikkeld, voor (potentiële) medewerkers.

2.2.3 Facilitaire zaken en huisvesting

Het meerjaren onderhoudsplan (MOP) is geactualiseerd. De periode die de MOP beslaat is verruimd van 10 naar 15 jaar, om zodoende een nog beter beeld van het totale onderhoud te krijgen.

2.2.4 Financiën

Het jaar 2017 is gestart met een aanzienlijke interne vereveningsopdracht (€ 2 miljoen). Om deze te realiseren is door middel van het traject ‘financieel fit’ sterk gestuurd op de tussentijdse resultaten van onze scholen. Op basis van de tussentijdse resultaten leek het behalen van de begroting (€ 0,7 miljoen) altijd realistisch. Het huidige resultaat ligt hier significant boven met € 2,3 miljoen. Belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de hogere baten rijksbijdragen en Passend Onderwijs (dit laatste als gevolg van hogere beschikkingen dan ten tijde van de begroting bekend).

Scroll Scroll
"Ons toponderwijs, als leerplek zonder grenzen. Open voor iedereen."

3.1 Doelstellling

De Raad van Toezicht van OOZ houdt integraal en onafhankelijk toezicht op het functioneren van de organisatie en het College van Bestuur. Het toezicht betreft strategiebepaling en -uitvoering, het gevoerde beleid en beleidsaangelegenheden voor de toekomst. In relatie tot deze thema’s fungeert de Raad van Toezicht ook als klankbord voor het College van Bestuur. Leidraad bij het toezicht is de missie van OOZ.

De Raad van Toezicht kent een samenstelling van minimaal vijf, maximaal zeven personen. Beoogd wordt dat deze leden allen een maatschappelijke inbedding hebben, met ieder een eigen profiel. Samen kunnen zij het onderwijsveld volledig en diepgaand overzien.

3.2 Code Goed Bestuur VO

De Raad van Toezicht werkt in overeenstemming met de Code Goed Bestuur voor het voortgezet onderwijs (dit als gevolg van de bestuurlijke keuze om door OCW als een VO instelling aangemerkt te worden) en met het door OOZ opgestelde toezichtskader (gebaseerd op Policy Governance® Model) waarin is opgenomen aan de hand van welke richtlijnen de Raad van Toezicht haar werkzaamheden verricht alsook de hierbij behorende gedragsstandaard.

De Code Goed Bestuur is ingebed in de dagelijkse werkwijze van de Raad van Toezicht. De drie centrale uitgangspunten waarbinnen wordt gewerkt zijn het evenwicht tussen de ‘zachte kant van goed bestuur’ versus regels en richtlijnen, het dienen van de publieke belangen en het fungeren als knooppunt tussen de interne en externe omgeving. In de gesprekken met het College van Bestuur is aandacht voor de organisatiecultuur van OOZ en de mate waarin deze cultuur OOZ in staat stelt om het meerjarig strategisch beleidsplan Koers & Ambities 2015-2018 uit te voeren. Een onafhankelijke visie is hierbij van groot belang en wordt door middel van een kritische blik en informatievergaring gewaarborgd.

De Code Goed Bestuur kent het ‘pas toe of leg uit’ principe ten aanzien van de uitgangspunten. In dit kader is in het najaar van 2016 binnen de Raad van Toezicht gesproken over de dubbele rol die de voorzitter zou gaan vervullen vanaf 1 januari 2017 tot en met 31 juli 2017, met haar benoeming als voorzitter Raad van Bestuur bij een andere VO-onderwijsinstelling (in een ander voedingsgebied). Door de Raad van Toezicht is uitvoerig gesproken over eventuele bedreigingen en is daarbij tot de conclusie gekomen dat de toegevoegde waarde van het behouden van de voorzitter Raad van Toezicht in de afrondende fase van de besluitvorming inzake de personele unie met de Ambelt te prevaleren was boven direct vertrek in verband met het aanvaarden van de andere functie.

3.3 Wijzigingen in samenstelling Raad van Toezicht

Tijdens de laatste vergadering van 2016 is door twee leden aangegeven dat zij zich in het kalenderjaar 2017 zouden terugtrekken. Mevrouw mr. S. van Gemeren-Boelhouwer is per 31 maart 2017 afgetreden in verband met het aanvaarden van een nieuwe functie elders in het land. Per 31 juli 2017 is mevrouw H.F. Kruize MGM afgetreden in verband met het aanvaarden van bovengenoemde bestuursfunctie bij een andere VO instelling. Per 1 augustus is de heer drs. J.A. Diepenhorst benoemd tot voorzitter als gevolg van het vertrek van mevrouw Kruize. In verband met de genoemde aftredingen is in het voorjaar een werving & selectieprocedure gestart voor twee nieuwe leden op bindende voordracht van de (oudergeleding van de) medezeggenschapsraden.

De gemeenten Zwolle, Hattem, Dalfsen en Ommen hebben ingestemd met de bindende voordracht om de volgende kandidaten als nieuwe leden van de Raad van Toezicht te benoemen: de heer drs. M. Zandvoort RA met als portefeuille financiën/bedrijfsvoering en mevrouw mr. M.F. Harrigan met als portefeuille juridisch/governance. De heer Zandvoort en mevrouw Harrigan zijn per 1 oktober 2017 benoemd. Per 31 december 2017 is de heer drs. J.A. Diepenhorst afgetreden (als gevolg van het verstrijken van zittingstermijnen). Door de Raad van Toezicht is de heer drs. H.J.M. Kenkhuis tot voorzitter benoemd per 1 januari 2018. Een werving & selectieprocedure voor een lid Raad van Toezicht met als portefeuille onderwijs & onderzoek is in december gestart. Hieruit is een geschikte kandidaat naar voren gekomen. Op bindende voordracht van de Raad van Toezicht is deze kandidaat voorgedragen aan de vier gemeenteraden ter benoeming.

3.4 Wijzigingen in samenstelling College van Bestuur

In de afgelopen jaren heeft OOZ enkel invulling gegeven aan de functie van voorzitter College van Bestuur. In het voorjaar 2017 is de evaluatie topstructuur, die reeds eerder was opgestart, tot een afronding gekomen, met als belangrijkste uitkomst dat opnieuw is gekozen voor de invulling van een tweehoofdig College van Bestuur. In september 2017 heeft mevrouw H.T. Damhof MME, voorzitter College van Bestuur, te kennen gegeven haar werkzaamheden te beëindigen. Dit vormde een natuurlijk moment om het tweehoofdig College van Bestuur in te vullen. Per 1 november is vanuit een interne sollicitatieprocedure de heer A. de Wit benoemd als lid College van Bestuur. Na een externe werving & selectieprocedure is eind december het traject voor de werving van de nieuwe voorzitter College van Bestuur afgerond. De heer drs. C.J. Elsinga is benoemd per 23 april 2018.

3.5 Commissies

De Raad van Toezicht kent een drietal adviserende commissies. Mede op basis van de adviezen en bevindingen van de commissies komt de Raad van Toezicht tot een oordeel.

  1. De financiële commissie heeft een voorbereidende taak en richt zich op:

  • De reguliere planning- en control cyclus, waar de begroting en jaarrekening deel van uit maken;
  • Naleving van de aanbevelingen van de externe accountant;
  • De werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen;
  • Doelmatigheid en rechtmatigheid financiën.

Leden: de heer drs. J.A. Diepenhorst (tot 30 september), de heer drs. H.J.M. Kenkhuis en de heer drs. M. Zandvoort RA (vanaf 1 oktober). De financiële commissie heeft in 2017 met name het financieel fit traject op de voet gevolgd. Met een kritische blik is doorgevraagd op de haalbaarheid van de gemaakte plannen en de lange termijn beklijving van deze plannen.

  1. De remuneratiecommissie met als verantwoordelijkheden:

  • De benoeming van leden van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur;
  • Het functioneren van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur;
  • Het werkgeverschap ten aanzien van het College van Bestuur;
  • De honorering van de Raad van Toezicht.

Leden: mevrouw H.F. Kruize MGM (tot 31 juli), de heer F.J. Markerink MMC en mevrouw drs. S. van Ruth. De remuneratiecommissie is dit jaar vaker dan gemiddeld bijeen gekomen als gevolg van een relatief groot aantal wisselingen binnen de Raad van Toezicht als ook het College van Bestuur.

  1. De commissie Ambelt die het College van Bestuur waar nodig in het traject rondom de personele unie van de Zwolse scholen van de Ambelt adviseert.

Leden: mevrouw H.F. Kruize MGM, mevrouw mr. S van Gemeren-Boelhouwer en de heer F.J. Markerink MMC. Met het afronden van de besluitvorming met betrekking tot de bestuurlijke overname van de Ambelt in de juridische vorm van een personele unie, is deze commissie opgeheven per 31 juli 2017.

3.6 Bijeenkomsten en werkbezoeken

De Raad van Toezicht heeft negen maal regulier vergaderd in aanwezigheid van het College van Bestuur, bestuurssecretaris en indien gevraagd in aanwezigheid van de controller, de directeur bedrijfsvoering en/of de directeur HR & Organisatie ontwikkeling. Ter voorbereiding op deze vergaderingen hadden de voorzitter van de Raad van Toezicht en de voorzitter en / of het lid van het College van Bestuur regelmatig bilateraal vooroverleg. De vergaderingen vonden plaats op basis van een vooraf vastgestelde jaarkalender waarbij de volgende van belang zijnde besluiten zijn genomen:

  1. Goedkeuring op voorgenomen sluiting 3 basisscholen
  2. (Her)benoeming leden Raad van Toezicht
  3. Goedkeuring op het besluit tot aangaan personele unie met de Ambelt
  4. Goedkeuren jaarrekening 2016

  5. Goedkeuren Meerjarenbegroting 2018-2022
  6. Benoeming lid College van Bestuur en nieuwe voorzitter College van Bestuur

Het derde bovengenoemde besluit verdient nadere toelichting. Na een voorbereiding van twee jaar is op 7 juni het besluit goedgekeurd tot het aangaan van een personele unie met de Ambelt per 1 augustus 2017. Met de juridische vorm van de personele unie wordt een samenwerking nagestreefd, die een impuls zal geven aan de verbetering van het speciaal onderwijs. Beide stichtingen blijven vooralsnog gescheiden entiteiten, die dezelfde samenstelling van Raad van Toezicht en College van Bestuur kennen.

Naast de reguliere vergaderingen heeft de Raad van Toezicht een zogenaamde ‘benen op tafel sessie’ gehouden met de inspraakorganen waarbij de beide organen van gedachten hebben gewisseld over, onder andere, de governance driehoek en de wijze waarop binnen OOZ aan deze verhouding vorm wordt gegeven.

Ook wordt periodiek het contact met de dagelijkse gang van zaken gezocht door de Raad van Toezicht. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij bijeenkomsten die door het College van Bestuur worden georganiseerd of door middel van schoolbezoeken.

Daarnaast vindt de Raad van Toezicht het belangrijk om regelmatig met derde partijen over openbaar onderwijs te spreken. Afgelopen jaar is een afvaardiging van de Raad van Toezicht bijvoorbeeld in gesprek geweest met de gemeenteraad van de gemeente Zwolle.

De Raad van Toezicht houdt haar kennis op peil door middel van scholing en het bijwonen van seminars op het gebied van toezicht, bestuur en governance.

3.7 Vergoedingen

De vacatiegelden voor de leden van de Raad van Toezicht bedragen - exclusief btw- per 1 januari 2017 € 9.150 (voorzitter) en € 6.100 (lid) per jaar. Bij het vaststellen van de hoogte van de vacatiegelden is gebruik gemaakt van de overwegingen die in de VTOI-richtlijnen zijn opgenomen. Reis- en verblijfskosten kunnen gedeclareerd worden bij OOZ. De vergoedingen blijven ruim onder de maxima van de Wet Normering Topinkomens, zoals weergegeven in hoofdstuk 5 (paragraaf 7).

3.8 Nevenfuncties College van Bestuur

De nevenfuncties van het College van Bestuur staan vermeld op de website.

3.9 Nevenfuncties Raad van Toezicht

De nevenfuncties van de Raad van Toezicht staan vermeld op de website.

De Raad van Toezicht dankt het College van Bestuur van Stichting OOZ voor de plezierige samenwerking. Er is waardering voor de ruim 1.500 medewerkers van Stichting OOZ die adequaat openbaar onderwijs voor de meer dan 11.000 leerlingen verzorgen. De Raad van Toezicht wenst medewerkers, leerlingen en ouders veel plezier en toewijding toe bij het geven en volgen van openbaar onderwijs in 2018.

Namens de Raad van Toezicht, de heer drs. H.J.M. Kenkhuis, voorzitter5

Scroll Scroll

4.1 Koers & Ambities 2015-2018

Het onderwijsveld is volop in ontwikkeling. De markt is concurrerend en de ambities van OOZ zijn hoog: Een onderwijsorganisatie waarin onderwijs op hoog niveau wordt gegeven, aansluitend bij de 21e eeuw en met een onderscheidende merkwaarde. In het strategisch beleidsplan Koers & Ambities 2015-2018 is uitgewerkt op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven.

Innovatief onderwijs maakt OOZ onderscheidend en vraagt om over de sectoren heen nieuwe onderwijsconcepten te ontwikkelen. Onderwijs op hoog niveau vraagt ook om goed werkgeverschap, waarbij al het aanwezige talent en de expertise wordt gezien en ingezet. Met eigenaarschap, grenzeloos maatwerk, 21e eeuwse vaardigheden en talentontwikkeling als leidende thema’s kan en wil OOZ het verschil maken. Om dit te realiseren, bouwde OOZ de reeds ingezette initiatieven in 2017 verder uit, zowel binnen scholen en sectoren als sector-overstijgend. Daarmee stond 2017 in het teken van “verbinden”. Doorontwikkeling vond plaats op de onderdelen netwerkorganisatie, bedrijfsvoering en organisatie ontwikkeling alsook het eigenaarschap van iedere medewerker.

Het aangaan van een personele unie met stichting de Ambelt biedt kansen voor versterking van het (V)SO en stimuleert tegelijkertijd mogelijkheden om passend onderwijs te bieden in de sectoren PO en VO. De expertise van het (V)SO staat vanzelfsprekend ten dienste van alle schoolbesturen, verenigd in de samenwerkingsverbanden. Vanuit breed maatschappelijk belang zullen vanuit de situatie van de personele unie de mogelijkheden worden verkend om die brede expertise daadwerkelijk toegankelijk te maken voor Zwolle en omgeving.

4.2 Onderwijs met
Koers & Ambities

In het onderwijs dat OOZ biedt, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, zowel wat betreft onderwijsinhoud als -vorm. Hieronder worden de ontwikkelingen in het onderwijs op de drie pijlers eigenaarschap, maatwerk en 21e eeuwse vaardigheden / talentontwikkeling toegelicht. Waarbij met name de pijlers maatwerk en eigenaarschap nauw aan elkaar raken en in elkaar overvloeien.

4.2.1 Eigenaarschap

Leerlingen krijgen steeds meer eigen verantwoordelijkheid voor hun leerproces, uiteraard leeftijdsadequaat. Zelfstandig werken en eigen keuzes maken, waarbij wordt gedifferentieerd in tempo en niveau, zijn hierbij kernbegrippen. Een aantal scholen is in een vergevorderd stadium van gepersonaliseerd leren. Dit betreft het Van Kinsbergen college, De Zeven Linden, Onderwijsroute 10-14 en OBS Supernova.

Ook op de andere scholen neemt het gepersonaliseerd leren toe, onder andere door te werken met adaptieve onderwijsplatforms, maar ook door het thematisch, vakoverstijgend werken. Dit vraagt van zowel docenten als leerlingen een andere opstelling en aanpak. Leerkrachten worden hiertoe uitgedaagd in het HR-beleid JIJ&OOZ om ook hun eigen talenten verder te ontwikkelen en keuzes te maken in de rolneming, om zo gezamenlijk tot toponderwijs te komen.

4.2.2 Maatwerk

Van het onderwijs wordt in toenemende mate verwacht dat het rekening houdt met verschillen tussen leerlingen. Maatwerk in het onderwijs biedt meer ruimte aan talentontwikkeling en de persoonlijke kwaliteiten van leerlingen. Binnen de scholen van OOZ werd op allerlei verschillende manieren maatwerk geboden. In het PO en (V)SO biedt de onderwijsstructuur veel mogelijkheden tot het bieden van maatwerk. Standaard wordt er in het PO lesgegeven op drie verschillende niveaus in een klas. Door te werken met adaptieve digitale onderwijsplatforms, waarbinnen leerlingen op hun eigen tempo en niveau aan de slag kunnen, werd dit verder uitgebreid.

Daarnaast werd op allerlei manieren vorm en inhoud gegeven aan het onderwijs aan 10-14 jarigen. Onderwijsroute 10-14 is hiervan het meest prominente voorbeeld. Na een gedegen voorbereiding in het schooljaar 2016-2017 is deze onderwijsvorm in het schooljaar 2017-2018 gestart. Leerlingen krijgen in individuele maatwerktrajecten langer de mogelijkheid om zich te ontwikkelen voordat een definitieve keuze voor het VO wordt gemaakt. Gedurende het 10-14 traject volgen leerlingen al vakken in het VO, waar dit past in hun ontwikkeling.

Ook op andere plaatsen werden 10-14 initiatieven ontplooid. Op Thorbecke locatie Vmbo-PrO werd het praktisch 10-14 verder uitgewerkt. Praktisch lerende leerlingen in de bovenbouw van het PO volgden twee dagdelen per week praktijkgericht onderwijs op de school. Naast deze reeds gestarte initiatieven werden op een aantal scholen voor voortgezet onderwijs in de regio verkenningen gedaan om tot een 10-14 samenwerking te komen met de daar gevestigde schoolbesturen voor primair onderwijs.

Daarnaast is Thorbecke Vmbo-PrO een maatwerkklas gestart. In afstemming met de ouders wordt gekeken wat er mogelijk is binnen de kaders van het Vmbo programma, om tot een diploma te komen. Voor leerlingen die het reguliere Vmbo programma niet kunnen volgen in leerjaar 3 en/of 4 is er een entree opleiding ontwikkeld, in samenwerking met Deltion.

4.2.3 21e eeuwse vaardigheden / talentontwikkeling

Om onderwijs te kunnen realiseren van en voor de 21e eeuw, dat voorbijgaat aan de muren van de school en vaste leer- en denkpatronen, zijn nieuwe initiatieven noodzakelijk. Dit heeft ertoe geleid dat scholen hun curriculum op een andere manier inrichten en aanbieden. Verschillende scholen zijn overgegaan op een vakoverstijgende, thematische aanpak.

Een aantal voorbeelden hiervan zijn op het Celeanum het nieuwe vak Technology & Design, aansluiting bij het landelijke Honours programma en certificering voor de Vecon Business School. Onderwijsroute 10-14 organiseert het onderwijs rondom domeinen.

Op diverse scholen worden er speciale trajecten voor zowel meerbegaafd als praktisch begaafde leerlingen aangeboden. Er wordt bovendien op verschillende scholen op vak-niveau afstandsonderwijs aangeboden. Dit geldt met name voor ‘kleine’ vakken, waarbij leerlingen op een andere school het onderwijs kunnen volgen.

De Zeven Linden is in 2017-2018 gestart met het onderwijsconcept Persoonlijk Leren. Leerlingen hebben de keuze uit vier talentstromen en krijgen gedurende hun schoolloopbaan de mogelijkheid om te onderzoeken wat het beste bij hen past. In nauw overleg met de docenten maken de leerlingen telkens opnieuw keuzes die passen bij hun talenten en wensen.

Op Thorbecke locatie Vmbo-PrO is de Praktijkmavo in 2017-2018 gestart in klas 2, als vervolg op de kader/gemengd klas in leerjaar 1. In deze gemengde leerweg worden theorie en praktijk gecombineerd. Veel leerlingen hebben voor deze onderwijsvorm gekozen, waarbij de theorie op Mavo-niveau wordt aangeboden, aangevuld met een praktisch gedeelte. Dit biedt kansen voor leerlingen die de Mavo aankunnen, maar graag ook praktisch willen leren.

4.2.4 Onderwijskwaliteit

De onderwijskwaliteit is al jaren stabiel te noemen. De professionaliseringstrajecten, de nadruk op talentontwikkeling en de toenemende interactie tussen medewerkers in de realisatie van de netwerkorganisatie dragen bij aan de kwaliteit van het onderwijs.

De onderwijskwaliteit wordt in kaart gebracht en gemonitored op basis van de uitgangspunten van de Inspectie en met behulp van landelijk vergelijkbare gegevens zoals de eindtoets in het PO en onderbouwpositie, onderbouwsnelheid, bovenbouwsucces en gemiddeld eindexamencijfer in het VO. In 2017 hadden alle scholen het basisarrangement van de Inspectie.

Overall is in 2017 geconstateerd dat binnen de netwerken en overlegstructuren inhoudelijk de goede gesprekken worden gevoerd maar dat de planning en control cyclus aanscherping behoeft om de diverse monitoring instrumenten steviger in te bedden alsook eventuele bijsturing sneller vorm te kunnen geven.

4.2.4.1 Primair Onderwijs

Opbrengsten in het PO worden gemeten aan de hand van de gemiddelde schoolscores op de (Cito)-eindtoets. De meeste scholen van OOZ nemen Cito-toetsen af. Een aantal scholen verantwoordt zich door middel van Route 8, eveneens een erkende wijze van toetsen.

In de volgende tabel zijn de scores van de centrale eindtoetsen van de afgelopen jaren opgenomen. Per school is inzichtelijk gemaakt of de eindscore op of boven de bovengrens ligt (blauw), op of boven het landelijk gemiddelde (donkergroen), op of boven de ondergrens (lichtgroen) en onder de ondergrens (rood).

Tabel: Scores centrale eindtoets

School CITO 2013 CITO 2014 gecorrigeerde CITO 2015 gecorrigeerde CITO 2016 voorlopige eindtoets 2017 Schoolgroep 2016 Schoolgroep 2017 Ondergrens Gemiddelde van de schoolgroep Bovengrens
De Schatkamer       538 529.9 3 1 535.1 537.1 539.1
Montessori       532.6 530.9 0 2 534.9 536.9 538.9
Het Palet Hattem 541.2 536.9 541.2 541 539.3 6 2 534.9 536.9 538.9
De Campherbeek 535.2 537.3 536 535.6 535.1 2 3 534.8 536.8 538.8
Het Festival 537.9 532.6 536.2 537.6 538 3 3 534.8 536.8 538.8
Heidepark 541.1 536.1 535.2 537.7 535.3 3 3 534.8 536.8 538.8
Nieuwebrug 535.7 537.3 541.2 533.4 537.4 5 3 534.8 536.8 538.8
De Parkschool 538.7 533.5 539.3 535.4 535.1 3 4 534.6 536.6 538.6
De IJsselhof     536.9 535.5 536.8 5 4 534.6 536.6 538.6
De Marshof 535 534.5 533.2 539 536.3 6 4 534.6 536.6 538.6
Florens Radewijns 527.8 535.8 533.2 nvt 533.7 0 4 534.6 536.6 538.6
De Octopus 533.6 542.2 540.5 538.5 539.5 5 5 534.5 536.5 538.5
De Markesteen 531.9 535.4 537.3 537.5 535.1 8 7 534.2 536.2 538.2
De Bonte Stegge 537.2 538.2 536.1 535.2 530.7 6 8 534 536 538
Het Palet Ommen 535.2 533.8 534.2 540.5 535.7 7 8 534 536 538
De Werkschuit 533.4 531.1 541.3 536.4 538 8 8 534 536 538
De Tweemaster 536 538.3 539.1 536.6 536.6 8 11 533.5 535.5 537.5
De Carrousel 536.4 538.6 535.1 533.4 539.6 13 12 533.4 535.4 537.4
De Ridderspoor 532.1 531.1 533.7 531.6 534 12 13 533.2 535.2 537.2
De Krullevaar 538.5 534.4 531.1 535.9 538.7 16 14 533.1 535.1 537.1
De Wieden 534.5 535.9 533 532.9 196.7 19 19 191.4 199.4 207.4
De Oosterenk 535.4 534 536.8 Route 8 205.1 17 20 190.6 198.6 206.6
De Vlonder 530.5 534.2 534.2 536.8 535.9 19 21 532 534 536
Het Veldboeket 528.6 537 533.5 525.4 192.3 24 22 189.4 197.4 205.4
De Dennenkamp 542.2 536.3 541.4 537.3 535 16 27 531 533 535
De Springplank     535.4 528.3 525 29 27 531 533 535
De Toonladder 538.8 537.4 532.1 535 529.4 41 45 528.5 530.5 532.5

(*) Bij een aantal scholen wordt niet langer gebruik gemaakt van de CITO toets waardoor onderlinge vergelijkbaarheid op basis van absolute scores niet langer mogelijk is. Wel kan dit worden afgeleid aan de gebruikte kleuren (waarbij toetsing plaatsvindt op de vermelde grenzen van de betreffende schoolsoort).

Zodra een school drie jaar achtereen onder de ondergrens scoort, heeft dat tot gevolg dat de onderwijsopbrengsten onvoldoende zijn en dat leidt in principe tot een onvoldoende (voorheen zwak) beoordeling van de inspectie. OOZ heeft de ambitie dat alle scholen minimaal boven de ondergrens scoren en zodra wordt ingeschat dat een school een risico gaat lopen, wordt een verbetertraject gestart. Dit geldt voor vier scholen. OBS De Springplank en de Openbare Montessorischool omdat zij tweemaal op rij onvoldoende opbrengsten hebben gerealiseerd; OBS De Bonte Stegge en OBS De Schatkamer omdat de opbrengsten een dalende lijn vertonen.

Jaarlijks vindt een analyse plaats van de opbrengsten vanaf groep 6. Door middel van dit zogenoemde vroegsignaleringssysteem wordt in een vroegtijdig stadium zichtbaar waar leerlingen mogelijk achterblijven in hun ontwikkeling en kan tijdig bijgestuurd worden.

De wijze waarop de kwaliteitszorg wordt ingericht is op schoolniveau belegd. In de jaarplannen wordt uitgewerkt op welke manier scholen dit doen, welke thema’s aan bod komen en wat de realisatie hiervan is. Scholen leggen hierover verantwoording af aan het bestuur; door middel van jaarlijkse factsheets wordt zichtbaar gemaakt hoe een school ervoor staat. Op basis hiervan worden gesprekken gevoerd met het College van Bestuur. Daar waar risico’s worden voorzien, wordt door de directeur van de school een verbeterplan opgesteld.

In 2017 is met het College van Bestuur gesproken over het opzetten van een meer systematische aanpak van de kwaliteitszorg met als doel om op een gestructureerde wijze de kwaliteit van de scholen te kunnen monitoren.

4.2.4.2 Speciaal Onderwijs

Bij de opbrengsten van de Twijn wordt onderscheid gemaakt in de opbrengsten van het speciaal onderwijs (SO) en het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). De indicator IQ in relatie tot uitstroombestemming weegt zwaar (5x) mee in primaire detectie van de inspectie.

Het (V)SO kent een eigen kwaliteitszorgsysteem, dat zich sterker dan bij het regulier onderwijs richt op het individueel leerlingniveau. In een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) worden doelen beschreven die een leerling kan halen. Dit biedt handvatten voor de leerkracht(en) om het onderwijs af te stemmen op de behoefte van de leerling en laat zien waar de school samen met de leerling naartoe werkt als vervolg (de uitstroombestemming). De Inspectie constateert dat de Twijn deze OPP’s goed op orde heeft. De afgelopen jaren is er veel geïnvesteerd in opbrengstgericht werken en het systematisch in beeld brengen en analyseren van de leeropbrengsten. Daarnaast is er veel aandacht voor professionalisering van de teams.

Tabel: Opbrengsten (V)SO (bron: Inspectie)

OKE-code OKE-naam Eind-
uitstroom
(2x)
IQ
in relatie tot uitstroom-
bestemming
(5x)
Paats-
bestendiging
(2x)
Tussentijdse
uitstroom (1x)
Resultaat
bevraging
2017
Resultaat
bevraging
2016
Resultaat
bevraging
2016
Signalen SG SP
19QK|OKE 02|VSO De Twijn 36.59 3.51 86.89 66.67 RISICO GEEN RISICO   GEEN RISICO Aanwezig Afwezig
19VD|OKE|SO De Twijn 19.23 3.45 97.96 0 GEEN RISICO GEEN RISICO GEEN RISICO GEEN RISICO Aanwezig Afwezig

Uit bovenstaande blijkt dat het VSO een risico vormt met betrekking tot de resultaten 2017. Dit wordt veroorzaakt door zwaarwegende indicator (5x) ‘IQ in relatie tot uitstroombestemming’. Gezien de populatie van de Twijn is het verklaarbaar dat leerlingen op een lager niveau uitstromen, dan op basis van hun IQ mag worden verwacht. In een gesprek met de Inspectie is dit risico besproken en de uitleg heeft instemming van de inspectie gekregen. Hiermee is het risico weggenomen.

4.2.4.3 Voortgezet Onderwijs

In het VO worden de opbrengsten door de Inspectie beoordeeld per locatie en per onderwijssoort. Onderstaande tabel toont de gemiddelde opbrengsten per schoolsoort over drie schooljaren, waarbij opgemerkt dat R1 staat voor onderbouwpositie, R2 voor onderbouwsnelheid, R3 voor bovenbouwsucces en E voor gemiddeld eindexamencijfer.

Tabel: Gemiddelde opbrengsten VO (bron: Inspectie)

Sector BG BGNaam Brin Vestnr Naam vestiging Adres vestiging Plaats vestiging Onderwijs-soort R1 norm 2017 R2 gecor. norm2017 R3 gecor. norm2017 E gecor. norm 2017 E gecor. norm 2018 3-jaars gem. R1 2017 3-jaars gem. R2 2017 3-jaars gem. R3 2017 3-jaars gem. E 2017 3-jaarsgem. E2018 R1 2014/15 R12015/16 R12016/17 R2 2013/14 R22014/15
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 0 Van der Capellen scholengemeenschap Lassuslaan 230 8031 XM Zwolle vmbo (g)t -0,55 94,82 85,34 6,15 6,13 15,97 96,75 90,33 6,32 6,29 14,59 16,04 17,53 97,98 96,17
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 0 Van der Capellen scholengemeenschap Lassuslaan 230 8031 XM Zwolle havo -0,55 94,82 78,62 6,25 6,25 15,97 96,75 80,98 6,52 6,49 14,59 16,04 17,53 97,98 96,17
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 0 Van der Capellen scholengemeenschap Lassuslaan 230 8031 XM Zwolle vwo -0,55 94,82 81,49 6,29 6,29 15,97 96,75 87,09 6,63 6,68 14,59 16,04 17,53 97,98 96,17
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 2 Van der Capellen - locatie Capellenborg de Lange Slagen 29A 8131 DP Wijhe vmbo (g)t -10,05 95,33 86,45 6,17 6,17 14,98 95,16 90,28 6,40 6,42 17,86 23,58 1,12 95,94 92,20
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 2 Van der Capellen - locatie Capellenborg de Lange Slagen 29A 8131 DP Wijhe havo -10,05 95,33 79,55 6,27 6,27 14,98 95,16 81,99 6,53 6,37 17,86 23,58 1,12 95,94 92,20
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 3 Van der Capellen scholengemeenschap - locatie Van Kinsbergen Paterijstraat 17 8081 TA Elburg vmbo (g)t -10,05 95,41 86,62 6,18 6,18 23,02 98,47 91,64 6,56 6,60 42,55 16,98 7,69 96,12 100,00
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 4 Van der Capellen scholengemeenschap - locatie De Zeven Linden Langewijk 166 7701 AK Dedemsvaart vmbo b -7,00 95,45 87,40 6,38 6,34 -0,38 98,77 97,32 6,90 6,75 -16,67 8,33 11,84 100,00 98,36
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 4 Van der Capellen scholengemeenschap - locatie De Zeven Linden Langewijk 166 7701 AK Dedemsvaart vmbo k -7,00 95,45 86,48 6,20 6,19 -0,38 98,77 95,24 6,47 6,46 -16,67 8,33 11,84 100,00 98,36
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 4 Van der Capellen scholengemeenschap - locatie De Zeven Linden Langewijk 166 7701 AK Dedemsvaart vmbo (g)t -7,00 95,45 86,80 6,18 6,18 -0,38 98,77 97,33 6,54 6,43 -16,67 8,33 11,84 100,00 98,36
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 4 Van der Capellen scholengemeenschap - locatie De Zeven Linden Langewijk 166 7701 AK Dedemsvaart havo -7,00 95,45 79,95 6,27 6,27 -0,38 98,77 86,49 6,33 6,36 -16,67 8,33 11,84 100,00 98,36
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 4 Van der Capellen scholengemeenschap - locatie De Zeven Linden Langewijk 166 7701 AK Dedemsvaart vwo -7,00 95,45 -0,38 98,77 -16,67 8,33 11,84 100,00 98,36
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 14 Scholengemeenschap van de Capellen voor ATH HAVO MAVO VBO LWOO Bachlaan 162 8031 HL Zwolle vmbo (g)t
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 14 Scholengemeenschap van de Capellen voor ATH HAVO MAVO VBO LWOO Bachlaan 162 8031 HL Zwolle havo
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 17BZ 14 Scholengemeenschap van de Capellen voor ATH HAVO MAVO VBO LWOO Bachlaan 162 8031 HL Zwolle vwo
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20CF 0 Gymnasium Celeanum Zoom 37 8032 EM Zwolle vwo 81,72 6,29 6,29 93,13 6,90 6,91
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20CF 1 Gymnasium Celeanum Westerlaan 40 8011 CC Zwolle onderbouw 1,35 95,36 5,43 95,70 6,36 4,50 95,27 94,57
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 0 Thorbecke Scholengemeenschap, locatie atheneum havo mavo Dokter van Heesweg 1 8025 AB Zwolle vmbo (g)t -0,55 95,29 86,09 6,17 6,16 8,29 98,80 97,08 6,56 6,55 3,00 10,18 10,61 98,39 98,89
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 0 Thorbecke Scholengemeenschap, locatie atheneum havo mavo Dokter van Heesweg 1 8025 AB Zwolle havo -0,55 95,29 79,33 6,26 6,26 8,29 98,80 89,69 6,60 6,59 3,00 10,18 10,61 98,39 98,89
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 0 Thorbecke Scholengemeenschap, locatie atheneum havo mavo Dokter van Heesweg 1 8025 AB Zwolle vwo -0,55 95,29 81,37 6,29 6,29 8,29 98,80 92,91 6,82 6,75 3,00 10,18 10,61 98,39 98,89
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 3 Thorbecke Scholengemeenschap, locatie vmbo-pro Russenweg 3 8041 AL Zwolle vmbo b -12,10 94,94 85,83 6,31 6,33 10,20 99,14 93,26 6,50 6,51 12,99 8,77 9,88 99,55 99,07
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 3 Thorbecke Scholengemeenschap, locatie vmbo-pro Russenweg 3 8041 AL Zwolle vmbo k -12,10 94,94 84,64 6,17 6,17 10,20 99,14 90,89 6,31 6,29 12,99 8,77 9,88 99,55 99,07
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 9 Thorbecke Scholengemeenschap voor Ath Havo Mavo Vbo Lwoo Beukenstraat 83 8021 XA Zwolle vmbo b
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 9 Thorbecke Scholengemeenschap voor Ath Havo Mavo Vbo Lwoo Beukenstraat 83 8021 XA Zwolle vmbo k
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 9 Thorbecke Scholengemeenschap voor Ath Havo Mavo Vbo Lwoo Beukenstraat 83 8021 XA Zwolle vmbo (g)t
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 9 Thorbecke Scholengemeenschap voor Ath Havo Mavo Vbo Lwoo Beukenstraat 83 8021 XA Zwolle havo
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 9 Thorbecke Scholengemeenschap voor Ath Havo Mavo Vbo Lwoo Beukenstraat 83 8021 XA Zwolle vwo
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 10 Thorbecke Scholengemeenschap voor Ath Havo Mavo Vbo Lwoo Dokter Hengeveldweg 2 8025 AK Zwolle vmbo (g)t
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 10 Thorbecke Scholengemeenschap voor Ath Havo Mavo Vbo Lwoo Dokter Hengeveldweg 2 8025 AK Zwolle havo
VO 42623 Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio 20DB 10 Thorbecke Scholengemeenschap voor Ath Havo Mavo Vbo Lwoo Dokter Hengeveldweg 2 8025 AK Zwolle vwo

De Capellenborg in Wijhe scoort op de indicator onderbouwsnelheid (R2) met 95,16% net onder de norm van 95,33%. Dit heeft geen nadere gevolgen.

Evenals in het PO geldt dat de onderwijsresultaten op de verschillende indicatoren nauwlettend worden gevolgd, zodat eventuele kwaliteitsdaling in een vroegtijdig stadium zichtbaar wordt en hierop kan worden geacteerd. Scholen hanteren hun eigen kwaliteitszorgsysteem, waarbij de directeuren regelmatig bijeenkomen voor overleg en onderlinge uitwisseling. Het College van Bestuur heeft met alle directeuren gesproken over de kwaliteit van het onderwijs.

4.2.4.4 Sociale veiligheid

Voor scholen geldt een verplichting om de sociale veiligheid onder leerlingen jaarlijks te monitoren. Geconstateerd wordt dat alle scholen een vorm van monitoring toepassen. Nog niet alle scholen doen dit jaarlijks. Het VO is hierin verder dan het PO en SO. In de praktijk blijken leerlingen over het algemeen tevreden te zijn over de veiligheid binnen hun school.

4.3 Opheffing basisscholen

In 2014 reeds is onderzoek gedaan naar de demografische ontwikkelingen van de basisscholen die onder het bestuur van OOZ ressorteren. Daarbij is gebleken dat binnen bepaalde voedingsgebieden de ingezette leerlingendaling alsook de prognoses geen mogelijkheden bieden voor de continuïteit van een aantal scholen. In 2017 heeft dit voor een drietal scholen geleid tot een traject van ofwel fusie ofwel sluiting. Dit zijn OBS de Carrousel, OBS het Veldboeket en OBS de Ridderspoor. In alle gevallen is (na instemming van de MR) goedkeuring verkregen van de Raad van Toezicht om tot sluiting over te gaan. Op OBS de Carrousel staan vanaf 1 augustus 2017 geen leerlingen meer ingeschreven. Voor OBS het Veldboeket en OBS de Ridderspoor geldt dat momenteel samen met leerkrachten en ouders wordt verkend op welke wijze de afbouw van het onderwijs het beste vorm gegeven kan worden. Afhankelijk van deze uitkomsten zal uiterlijk 1 augustus 2019 niet langer onderwijs aangeboden worden.

4.4 Passend onderwijs

In het kader van Passend Onderwijs is in 2017, evenals in 2016, doorontwikkeld op initiatieven en arrangementen, met als uitgangspunt om zoveel mogelijk leerlingen een passende onderwijsplek te kunnen bieden in het regulier onderwijs. In het PO hebben scholen de mogelijkheid om specifieke expertise in te roepen vanuit Dienstencentrum De Stroming. Voor het VO geldt dat de zorg in principe op schoolniveau wordt georganiseerd. Zowel voor PO als voor VO beschikt OOZ over een netwerkregisseur Passend Onderwijs. Deze regisseurs hebben als voornaamste taken de coördinatie binnen de eigen sector, alsook de verbinding met externe partijen, zoals de verschillende samenwerkingsverbanden waarin OOZ participeert, gemeenten, collega-besturen en zorginstanties. De Twijn heeft met haar specifieke doelgroep een eigen koers in het geheel en levert expertise aan het regulier onderwijs. De drie sectoren PO, VO en (V)SO werken samen waar mogelijk.

4.4.1 Besteding van middelen

Met de komst van Passend Onderwijs zijn zowel de inzet van de middelen voor lichte als voor extra ondersteuning een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen voor regulier onderwijs. Binnen het PO worden de middelen voor lichte ondersteuning ingezet voor de verwijzingen naar het sbo en de middelen voor extra ondersteuning voor de verwijzing naar het SO. Daarnaast ontvangen de scholen een budget om passend onderwijs op de eigen school te kunnen bekostigen. In het VO worden de middelen voor lichte ondersteuning vooral binnen de school zelf gebruikt, evenals een deel van de extra ondersteuningsmiddelen. Het overige deel van de middelen voor extra ondersteuning wordt gebruikt voor de verwijzing naar VSO. Leerlingen van zowel PO als VO kunnen ofwel worden verwezen naar het speciaal (basis of voortgezet) onderwijs of een passend arrangement binnen de eigen school krijgen. Voorbeelden van arrangementen zijn specifieke klassen in een kleinere samenstelling met extra ondersteuning, individuele extra ondersteuning, aanbod buiten het curriculum voor diverse doelgroepen, etc..

4.4.2 Procesmatige ontwikkelingen

Via het netwerk van IB’ers en het netwerk van zorgcoördinatoren wordt gewerkt aan systematische optimalisering van de ondersteuningssystemen in de scholen. Daarbij lopen in verschillende netwerken de volgende processen:

  • In het PO versimpeling van de administratie rondom Passend Onderwijs. Door gegevens op een privacy-bestendige manier te centraliseren wordt de administratie gestroomlijnd en gekoppeld aan signalering en planning van Passend Onderwijs;
  • Totstandkoming van Ondersteuningsteams (OT’s). In het PO zijn na de koplopers nu alle scholen bezig met de vormgeving van deze ‘missing link’ tussen onderwijs en jeugdzorg. In het VO van Zwolle worden de ZAT’s omgebouwd naar OT’s. Onderwijs en Jeugdzorg/gemeente Zwolle werken hierin gezamenlijk aan de ‘één kind, één plan’ gedachte;
  • Ontwikkeling van een arrangement voor Praktisch Leren – Een netwerk is bezig om een arrangement voor basisschoolleerlingen met een uitstroomperspectief PrO-vmbo-basis te ontwikkelen, naar het model van het Cnopius-arrangement. Het gaat hierbij om een nauwe samenwerking tussen po (Stroming) en vo (Thorbecke SG vmbo-PrO);
  • In het SO van de Twijn wordt in 2017 steeds meer gewerkt met arrangementen of combiconstructies, leerlingen die deels op de Twijn en deels in het regulier onderwijs op school zijn.

4.5 Personele unie OOZ - Ambelt

De Ambelt is een cluster 4 onderwijsvoorziening bestaande uit 15 locaties. Met de invoering van Passend Onderwijs wordt een nauwere samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs nagestreefd/gestimuleerd. Door toename van de inbedding van speciale onderwijsvoorzieningen in het regulier onderwijs kunnen meer leerlingen met speciale onderwijsbehoeften daar bediend worden. Dit leidde de afgelopen jaren tot een afname in de verwijzingen naar de Ambelt. Om die redenen heeft de Ambelt er voor gekozen om haar scholen over te dragen aan andere besturen. Uit verkennende gesprekken in 2015 en 2016 tussen de Ambelt en OOZ is de wens naar voren gekomen om door middel van vergaande integratie tussen beide vormen van speciaal onderwijs te komen tot één breed toegankelijk centrum voor speciaal onderwijs.

Om deze ontwikkeling zorgvuldig te kunnen vormgeven, is gekozen voor een periode van twee tot drie schooljaren - ingaand augustus 2017 - waarin de Twijn (OOZ) en de Ambelt de mogelijkheden met betrekking tot de onderwijskundige samenwerking verkennen. Op bestuurlijk niveau wordt tevens onderzocht in welke mate de SO-voorzieningen binnen de gemeente Zwolle in een bredere bestuurlijke samenwerking vormgegeven kunnen worden.

Met ingang van 1 augustus 2017 zijn OOZ en de Ambelt een personele unie aangegaan. Beide stichtingen blijven gescheiden entiteiten (met een zelfde samenstelling van Raad van Toezicht en College van Bestuur), tot het moment dat duidelijkheid is over de wijze waarop samenwerking in het (V)SO gestalte zal krijgen. De definitieve juridische vorm zal hiervan afhankelijk zijn. Tot het moment dat deze definitieve vorm gestalte heeft gekregen zal de verantwoording gescheiden blijven plaatsvinden.

4.6 Onze bedrijfsvoering

4.6.1 HR

Professionalisering en de ontwikkeling naar een netwerkorganisatie zijn belangrijke focuspunten in Koers & Ambities 2015-2018. 2017 is het jaar van ‘verbinden’. In 2016 is het strategisch HR JIJ&OOZ gelanceerd. Met het strategisch HR JIJ&OOZ worden de HR-processen verbonden aan de koers van OOZ waarvan de drie pijlers eigenaarschap, talentontwikkeling en maatwerk de basis vormen.

4.6.1.1 Eigenaarschap

Elke medewerker bij OOZ is eigenaar van zijn of haar eigen loopbaan. De basis van goed onderwijs ligt bij de talenten van onze medewerkers. Medewerkers worden gestimuleerd om zelf, vanuit eigen talent en expertise, richting te geven aan hun loopbaan.

Ook in de bedrijfsvoering wordt gestuurd op eigenaarschap. In 2017 is het HR-systeem verder doorontwikkeld op de selfservice module, waardoor medewerkers zelf alle mutaties kunnen initiëren die verband houden met hun dienstverband. Iedere leidinggevende heeft bovendien via HR2Day realtime inzicht in de personele situatie op zijn of haar school. Met deze automatisering van processen wordt het werk makkelijker gemaakt, waardoor er maximaal gefocust kan worden op waar het om draait: het onderwijs.

4.6.1.2 Talentontwikkeling

Er is voortdurende aandacht voor talentontwikkeling bij OOZ, omdat dat van groot belang is in de realisatie van een toponderwijsorganisatie. Hieraan wordt op diverse manieren gewerkt. Er vinden in toenemende mate teamontwikkelingstrajecten plaats. Daarnaast is er het leiderschapsprogramma Lef&Durf, dat inmiddels door een grote groep leidinggevenden is gevolgd en waarmee bewustwording wordt gecreëerd en handvatten worden aangereikt voor het leidinggeven in de netwerkorganisatie. Naast een leiderschapsprogramma wordt er ook een programma voor medewerkers uitgerold.

Met de gesprekkencyclus wordt sinds de start van het schooljaar 2017-2018 aangesloten op de persoonlijke en teamambities van de medewerkers. In deze ambitiegesprekken die medewerkers met hun leidinggevende voeren vormt het talent, de ambitie en de richting waarin de medewerker graag wil groeien het uitgangspunt.

4.6.1.3 Maatwerk

In 2017 is het Talentenhuis ontwikkeld, als mogelijke opvolger van het functiebouwwerk uit 2009. De CAO PO en de CAO VO vormen hiervan nog steeds de basis. Nieuw is de wijze waarop medewerkers vanuit talenten, rollen en werkgebieden keuzes kunnen maken die bij hen passen of waarin zij zich verder willen ontwikkelen. Centraal hierbij staat de persoonlijke ontwikkeling, in combinatie met de ontwikkeling van het werk en de koers en ambitie van de organisatie.

4.6.1.4 Ziekteverzuim

In 2015 was een duidelijk stijgende trend van het ziekteverzuim zichtbaar. In 2016 zijn hierop adequate acties uitgezet wat heeft geleid tot een percentage onder het landelijke gemiddelde (5%). In 2017 is OOZ in staat geweest om deze trend vast te houden. Elke sector zit ofwel op het landelijk gemiddelde of daaronder. Het beleid dat OOZ voert op ziekteverzuim sluit aan de bovenstaande pijlers waarbij vooral eigenaarschap en maatwerk van belang zijn.

4.6.2 Marketing & Communicatie

Na de afronding van de nieuwe websitestructuur voor zowel de OOZ-website als de websites van de scholen, zijn in 2017 verdere stappen gezet in de corporate communicatie van OOZ. Er is een infrastructuur ontwikkeld binnen het mijnooz-platform die de netwerkorganisatie ondersteunt.

Daarnaast is de website JIJenOOZ.nl ontwikkeld. De website is bedoeld voor zowel medewerkers van OOZ als werkzoekenden die in OOZ een potentiële nieuwe werkgever zien. Medewerkers vinden hier alle informatie ten aanzien van talentontwikkeling, duurzame inzetbaarheid, loopbaan & mobiliteit, werving & selectie en arbeidsvoorwaarden.

4.6.3 Facilitaire zaken en huisvesting

Ten behoeve van de meerjaren begroting is het meerjaren onderhoudsplan (MOP) geactualiseerd. Daartoe zijn alle PO gebouwen opnieuw geschouwd. Het MOP besloeg een periode van 10 jaar. Om een nog beter beeld van het totale onderhoud te krijgen is die periode verruimd naar 15 jaar.
Een andere wijze om een beeld te krijgen van de staat van de gebouwen betreft het Integraal Huisvestingsplan (IHP) dat begin 2017 is opgesteld. Hierin wordt de visie ten aanzien van de schoolgebouwen met betrekking tot toekomstbestendig onderwijs weergegeven.

Eind 2017 heeft de selectie plaatsgevonden van een tool waarin de staat van het onderhoud van de gebouwen op een overzichtelijke wijze getotaliseerd wordt weergegeven: het zogenoemde gebouwendossier. In 2018 wordt het systeem ingericht met als resultaat dat straks alle actuele informatie van de schoolgebouwen digitaal beschikbaar is en de grote diversiteit van bronnen waar nu de informatie verspreid in vast wordt gelegd, kan worden geëlimineerd.

4.6.4 Ontwikkelingen financiën

De afdeling financiën was in 2017 volop in ontwikkeling, zowel op het gebied van de personele bezetting als procesmatig. Wegens personele wisselingen zijn drie nieuwe adviseurs aangetrokken. Tevens zijn alle processen geëvalueerd, waarbij duidelijk werd dat op een aantal onderdelen er ruimte voor verbetering was. Sinds het najaar van 2017 zijn de eerste stappen gezet om de processen te moderniseren en te automatiseren. Zo is bijvoorbeeld de begrotingsmodule Cogix in gebruik genomen. Dit is een aan onze bronsystemen gekoppeld programma, dat mogelijkheden biedt om eenvoudig (meerjaren)begrotingen te maken, met scenario’s te werken en op bestuursniveau te consolideren.

4.7 Governance

De autonomie en beleidsruimte die onderwijsinstellingen vanuit het Rijk krijgen, wordt steeds groter. Deze ruimte wordt binnen OOZ zoveel als mogelijk met de scholen gedeeld, vanuit de uitgangspunten eigenaarschap en maatwerk en passend bij de ontwikkeling naar een netwerkorganisatie. Daarbij is het wel van belang dat de bestuurlijke verantwoording duidelijk, eenduidig en transparant plaats vindt. Zowel in dialoog als in verantwoording wordt nagestreefd dat al onze stakeholders op een goede wijze worden bediend. De branchecode Goed Onderwijsbestuur VO is hierbij een belangrijke leidraad.

4.7.1 Bestuur en intern toezicht

De eindverantwoordelijkheid in het kader van de bestuurlijke verantwoording ligt bij het College van Bestuur. In 2017 werd het College van Bestuur tot en met 30 oktober ingevuld door de voorzitter. Vanaf 1 november is een lid College van Bestuur aangesteld om zodoende opnieuw invulling te geven aan een, door de Raad van Toezicht, gewenst tweehoofdig College van Bestuur. Het College van Bestuur is in 2017 ondersteund door de algemeen directeur Onderwijs (met bestuurlijk mandaat), de directeur HR & Organisatie ontwikkeling en de directeur Bedrijfsvoering (waar nodig en gewenst) om de diverse ontwikkelingen en initiatieven die zijn gestart sinds Koers & Ambities 2015-2018, vorm te geven. De dagelijkse uitvoering van governance is tevens belegd bij de bestuurssecretaris en controller.

Het toezicht is vorm gegeven door de Raad van Toezicht (één voorzitter en gemiddeld 5 leden). De voornaamste taak van de Raad van Toezicht is om alle aspecten van de instelling alsook de relevante belangen van de diverse stakeholders te wegen. De Raad van Toezicht zag er in 2017 op toe dat het bestuur haar taken uitvoerde in lijn met de missie en de visie van onze organisatie.

4.7.2 Bestuur en extern toezicht

In 2017 is het toezicht door de inspectie gewijzigd. Voorheen richtte de inspectie zich vooral op de scholen. Met het nieuwe toezichtkader richt de inspectie zich vooral op het bestuur.

In een vierjaarlijks onderzoek staat de volgende vraag centraal: is de sturing op kwaliteit op orde en is er sprake van deugdelijk financieel beheer?

Het onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van vier deelvragen:

  1. Heeft het bestuur doelen afgesproken met de scholen, heeft het voldoende zicht op de onderwijskwaliteit en stuurt het op de verbetering van de onderwijskwaliteit?
  2. Heeft het bestuur een professionele kwaliteitscultuur en functioneert het transparant en integer?
  3. Communiceert het bestuur actief over de eigen prestaties en ontwikkelingen en die van zijn scholen?
  4. Is het financieel beheer deugdelijk?

In 2018 wordt OOZ voor het eerst bezocht in het kader van het vernieuwde toezicht. In aanloop naar dit onderzoek, is intern een traject gestart om te bepalen in hoeverre de P&C-cyclus voorziet in bovenstaande verwachtingen en welke verbeteringen eventueel doorgevoerd moeten worden, om hier op afzienbare termijn aan te voldoen. In dit kader worden bijvoorbeeld in 2018 interne audits uitgevoerd bij de VO scholen in Zwolle. Overige VO scholen nemen deel aan externe audits van het samenwerkingsverband waaraan zij deelnemen.

4.7.3 AVG

De privacybescherming van leerlingen en medewerkers is voor OOZ altijd een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering geweest. Vernieuwde wet- en regelgeving zorgt ervoor dat OOZ haar wijze van werken aanscherpt en waar nodig aanpast. Dit wordt gedaan op de volgende drie terreinen: technisch (met name ict), juridisch (protocollen/reglementen) en communicatie/bewustwording.

Inmiddels zijn met nagenoeg al onze leveranciers bewerkersovereenkomsten afgesloten en wordt gewerkt aan de inrichting van onze ict-procedures. In het voorjaar van 2018 wordt een extern bureau ingehuurd om het reeds ingezette proces inzake juridische documentatie te voltooien. In diverse bijeenkomsten zijn medewerkers geïnformeerd over de nieuwe wetgeving en de impact die dit heeft op het handelen. Uit het toenemend aantal vragen dat gesteld wordt over het gebruik van persoonsgegevens blijkt dat er sprake is van groeiende bewustwording op dit gebied. In het voorjaar van 2018 zal vanuit de afdeling communicatie een bewustwordings-campagne worden uitgevoerd welke een doorlooptijd tot het najaar zal kennen om een ieder zo optimaal mogelijk voor te bereiden op de AVG.

4.7.4 Beleggen en belenen

Vanuit de maatschappelijke functie die OOZ heeft is het van groot belang dat de liquide middelen die wij tot onze beschikking hebben, zo risico avers als mogelijk worden beheerd. De regeling beleggen en belenen ziet (onder andere) toe op de wettelijke vereisten omtrent deze risico averse mogelijkheden: onderwijsinstellingen mogen hun publieke reserves vermeerderen door ze op een spaarrekening te zetten of door deze te beleggen. OOZ gaf hier invulling aan door de beschikbare liquiditeiten bij meerdere banken onder te brengen waarbij de liquide middelen die nodig waren voor de dagelijkse bedrijfsvoering (op basis van maandelijkse interne treasury overzichten) op rekening/couranten aan werden gehouden. Overige middelen werden op spaarrekeningen beheerd.

Afgeleid van de verwachtingen en ontwikkelingen van onze financiële posities en stromen, zoals beschreven in de continuïteitsparagraaf, is de volgende meerjaren liquiditeitsprognose opgenomen (afgeleid van de meerjarenbegroting):

Totaal OOZ Realisatie Begroting Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen * € 1.000 2016 2017 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Kasstroom uit operationele activiteiten
Saldo baten en lasten -1.696 662 2.328 922 819 688 311 534
totaal kasstroom uit operationele activiteiten 1.881 4.511 5.706 3.708 4.205 3.968 3.777 3.445
totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten -2.041 -4.194 -1.777 -3.938 -3.137 -1.001 -615 -640
Kasstroom uit financieringsactiviteiten -12 - - - - - - -
Mutatie liquide middelen -172 317 3.930 -230 1.068 2.967 3.162 2.805
Beginstand liquide middelen 8.826 8.654 8.654 12.954 12.724 13.793 16.760 19.922
Mutatie liquide middelen -172 317 3.930 -230 1.068 2.967 3.162 2.805
Eindstand liquide middelen 8.654 8.971 12.584 12.724 13.793 16.760 19.922 22.727

4.7.5 Horizontale verantwoording

OOZ vindt het belangrijk dat haar onderwijs onderdeel uit maakt van de dagelijkse belevingswereld van de leerlingen. Daartoe wordt op diverse niveaus in de organisatie het contact gezocht met de verschillende stakeholders. De directeuren en medewerkers op de scholen hebben hier de voornaamste taak. Zij staan in dagelijks contact met leerlingen en ouders. Ook door het bestuur wordt deze aansluiting gezocht, bijvoorbeeld door aanwezigheid bij de diverse vergaderingen van de GMR PO/(V)SO en VO. Naast deze formele wijze van informatie vergaring worden ook diverse informele bijeenkomsten gebruikt om te ontdekken wat er leeft bij onze maatschappelijke partners. De toename in intensiteit van de samenwerking met bijvoorbeeld kinder(dag)opvang en zorgpartners draagt ook bij aan een goede dagelijkse aansluiting bij de behoefte van de leerlingen. Op bestuurlijk niveau heeft OOZ zitting in het Besturenoverleg Lokaal Onderwijsbeleid Zwolle waarin beleid van de Zwolse onderwijsbesturen wordt afgestemd. Tevens is er regelmatig overleg met de diverse gemeenten.

4.7.6 Medezeggenschapsorganen

Zoals benoemd zijn de medezeggenschapsorganen één van onze partners. Vanuit de kernwaarden van Koers & Ambities 2015-2018 (eigenaarschap en leiderschap) streeft OOZ met deze partner een constructieve samenwerking na. Naast de reguliere vergaderingen (gemiddeld 6 per jaar) tussen CvB en de medezeggenschapsorganen werden ook thema avonden georganiseerd waarin dialogen zijn gevoerd over bijvoorbeeld de kaderbrief (basis voor de meerjarenbegroting), onderwijs innovaties, de voorgenomen personele unie met de Ambelt en de voorgestelde begroting.

4.8 Klachten en bezwaren

Gedurende het kalenderjaar 2017 zijn de volgende klachten en bezwaren behandeld in respectievelijk de Commissie Interne Klachtenbehandeling en Integriteit (CIK) en de Bezwaar Adviescommissie (BAC) van OOZ.

Op 9 februari 2017 dienden ouders een klacht in over het onvoldoende acteren door school op pestgedrag. De CIK heeft geoordeeld dat er onvoldoende feiten vastgesteld konden worden die de conclusie rechtvaardigen dat de klacht gegrond is. Wel adviseerde zij het College van Bestuur om het belang van een goede verslaglegging opnieuw onder de aandacht te brengen.

Op 6 juni diende een ouder een klacht in tegen medewerkers van een school, omdat zij zich geïntimideerd voelde door hun optreden. Deze klacht wordt op 21 juni ingetrokken, omdat klager het doorlopen van een klachtenprocedure niet goed achtte voor haar kind.
Op 29 juli dient de ouder een tweede klacht in wegens smaad en intimidatie, met het verzoek om opheldering over de werkwijze van de betrokken medewerkers. De ouders zijn uitgenodigd voor een gesprek, waarin niet tot een oplossing werd gekomen en waarna een verwijderingsprocedure is gestart met als belangrijkste reden een niet meer herstelbare vertrouwensbreuk tussen school en ouders. De klacht werd op 9 september ingetrokken. Ouders namen het besluit om zelf een andere school voor hun kind te zoeken.

Op 12 november dienden dezelfde ouders opnieuw een klacht in, deze keer bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs. Samengevat luidde de klacht als volgt: De school heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis zonder de ouders daarover in te lichten. Daarnaast klagen ouders over de (voorgenomen) verwijdering van hun kind van de school en tenslotte klagen ouders over de wijze waarop school met de ouders communiceert.
Deze klacht is ingetrokken op 27 december.

Op 10 juli is een aantal klachten van een ouder gebundeld behandeld door de CIK. De klachten met betrekking tot één kind betroffen het onthouden van passend onderwijs, het dwarsbomen van een nieuwe start op een andere school, het plaatsen van een leerling in een door ouder niet gewenste combinatieklas, het ten onrechte aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring en een slechte communicatie door school.
De CIK adviseerde het College van Bestuur de klachten ongegrond te verklaren. Wel adviseerde zij het College van Bestuur om de ontstane situatie en de mogelijke oplossingen te bespreken in een zo klein mogelijke samenstelling en onder leiding van een zeer ervaren mediator. Hieraan heeft het College van Bestuur gehoor gegeven.

De klachten met betrekking tot het andere kind behelsden dat een leerkracht een situatie heeft laten ontstaan en voortbestaan waardoor de leerling bang is geworden en niet meer naar school durfde, als gevolg waarvan zijn didactische en sociaal-emotionele ontwikkeling alsmede zijn veiligheid in het geding zijn (geweest). Daarnaast is naar oordeel van klager de leerkracht gemaakte afspraken en adviezen niet nagekomen. Andere functionarissen in de school hebben niet ingegrepen in de situatie, ondanks signalen daartoe. Bovendien is niet meegewerkt aan een passende oplossing voor terugkeer van de leerling in de klas en is er ongepast en onvoldoende gecommuniceerd met de ouder. De CIK adviseerde het College van Bestuur ook deze klachten ongegrond te verklaren, maar wel het gesprek tussen moeder en school opnieuw aan te gaan onder leiding van een mediator. Hieraan is gehoor gegeven.

Op 19 juni heeft een ouder een klacht ingediend tegen een medewerker. De klacht luidde dat de medewerker ten onrechte geen contact heeft opgenomen met de ouder toen zijn kind verdrietig op school kwam. In plaats daarvan heeft de medewerker naar het oordeel van de vader ten onrechte contact opgenomen met de moeder. De klacht behelst tevens de houding en het gedrag van de medewerker richting de ouder. De CIK adviseerde het College van Bestuur de klacht in zoverre gegrond te verklaren dat de medewerker ten onrechte niet het initiatief heeft genomen om de vader tijdig te informeren over het feit dat de leerling tezamen met de moeder van school was vertrokken. De CIK is van mening dat de medewerker de vader onheus heeft bejegend door te verzuimen de vader op een juiste en volledige wijze te informeren over (het bestaan van) een protocol in geval van (een vermoeden van) huiselijk geweld ten aanzien van een leerling.
Het College van Bestuur heeft het advies overgenomen, met dien verstande dat zij de onheuse bejegening van de medewerker richting de vader niet bewezen achtte.

Op 31 oktober heeft een ouder een klacht ingediend tegen een school, betreffende het gehinderd worden in de uitvoering van bepaalde ouderlijke taken, alsmede de zorg om zijn kind. De klachten luiden dat de school niet in contact treedt met de mede-gezaghebbende ouder, de wettelijke kaders voor zieke leerlingen niet naleeft, geen informatie verstrekt, een ondeugdelijke absentieregistratie hanteert en een klacht niet in behandeling neemt. De CIK heeft het advies uitgebracht om de genoemde klachten allen ongegrond te verklaren. Het College van Bestuur neemt dit advies over.

Op 16 november dienden ouders een klacht in over het niet adequaat handelen van een school bij een incident met fysiek geweld. De CIK heeft geadviseerd deze klacht ongegrond te verklaren. De school heeft naar het oordeel van de CIK correct gehandeld, met de kanttekening dat er onvoldoende is geadministreerd over zowel het incident als de afwikkeling daarvan.

4.9 Financiële analyse

In de afgelopen jaren heeft OOZ negatieve exploitatieresultaten behaald, dit heeft de nodige impact op onze financiële situatie gehad (onder andere liquiditeit en weerstandsvermogen). Daarom hebben wij ons in de begroting voor 2017 ten doel gesteld dat wij 1% van onze lumpsum toevoegen aan ons weerstandsvermogen, in absolute zin is dit een bedrag van € 0,7 miljoen. In deze paragraaf doen wij verslag van de financiële situatie van OOZ over het jaar 2017.

Om dit positieve resultaat te kunnen halen was een interne financiële verevening van € 2 miljoen opgenomen in de begroting. Vlak na het vaststellen van de meerjarenbegroting 2017-2021 werd bekend gemaakt dat de publieke sector mocht rekenen op een pensioencompensatie van 1% van de kosten. Voor OOZ zou het gaan om een bedrag van € 0,6 miljoen. Gezien de bewustwording die gecreëerd moest worden is door het College van Bestuur besloten om de middelen die in 2017 vanuit OCW nog extra toegekend zouden (kunnen) worden eerst bovensectoraal ‘vast gehouden’ worden om zodoende de gelden in te kunnen zetten waar deze (in gezamenlijke inschatting) het hardste nodig zijn.

Het resultaat van OOZ komt ultimo 2017 uit op € 2,3 miljoen positief ten opzichte van een begroot resultaat van € 0,7 miljoen. De verklaringen hiervoor zijn als volgt:

(bedragen * € 1 miljoen)
Begroting 2017 0.7
Rijksbijdragen
prijsbijstelling lumpsum (alle sectoren) 1.8
prestatieboxmiddelen (alle sectoren) en P&A budget (PO) 0.2
groeibekostiging (sector PO) 0.3
opvang vreemdelingen (sector PO) 0.3
correctie bekostiging gewichten leerlingen ‘15/’16 – ‘17/’18 -0.1
baten Passend Onderwijs (alle sectoren) 0.8
3.3
Overige overheidsbijdragen en -subsidies
bijdragen gemeenten (kansenbeleid PO en bijdrage huisvesting) 0.3
0.3
Overige baten
meer detacheringen dan ten tijde van begroting bekend 0.2
overige baten 0.2
0.4
Personeelslasten
hogere loonkosten -2.5
hogere dotaties personele voorzieningen dan begroot -0.3
overschrijding kosten personeel niet in loondienst -0.4
lagere nascholing 0.3
uitkeringen ZW (uit voorzichtigheid niet begroot) 0.4
-2.5
Huisvestingslasten
aanvullende dotatie voorziening groot onderhoud -0.2
-0.2
Overige lasten
lagere kosten schoolboeken 0.2
overige fluctuaties 0.1
0.3

Resultaat 2017

2.3

Met dit resultaat heeft OOZ uiteindelijk meer dan verwacht de doelstelling behaald. Intern is hier in grote mate op gestuurd door middel van het traject financieel fit. De opbrengsten van dit traject zijn in 2017 uiteindelijk nog vrij beperkt zichtbaar geworden. De belangrijkste reden hiervoor is dat de ingrepen op de personele kosten vooral vanaf augustus zijn ingezet en daarmee de overschrijdingen van de eerste maanden onvoldoende hebben gecompenseerd. Op andere vlakken, zoals bijvoorbeeld kosten voor toelaatbaarheidsverklaringen en kosten boeken zijn wel duidelijk en structureel bezuinigingen gerealiseerd (€ 0,4 miljoen). Een andere maatregel die in 2017 op diverse scholen tot een verlaging van de kosten heeft geleid is het uitstellen van materiële investeringen (€ 0,3 miljoen). In verband met een benodigde buitengebruikstelling is deze verlaging per saldo niet zichtbaar.

Ondanks de interne inspanningen is het hogere resultaat dus met name behaald door extra baten bovensectoraal te houden en te verdelen op basis van de ontwikkelingen en benodigdheden van de afzonderlijke scholen. Van de € 1,8 miljoen extra baten in verband met prijsbijstellingen is een bedrag van € 0,6 miljoen op deze wijze uiteindelijk niet besteed. Deze middelen zullen in een bestemmingsreserve personeel worden opgenomen zodat deze gelden in 2018 en verder ingezet kunnen worden op het beleid JIJ&OOZ.

Vanuit de SWV’s heeft OOZ in 2017 € 0,8 miljoen meer ontvangen dan begroot. In de sector SO zijn deze middelen (€ 0,4 miljoen) gebruikt ter dekking van de hogere personele kosten in verband met de groei van het aantal leerlingen en zijn zo dus rechtstreeks ten gunste van Passend Onderwijs gekomen. In de sectoren PO en VO zijn deze extra gelden niet besteed. Omdat deze beide sectoren vallen onder samenwerkingsverbanden waar een aanzienlijke vereveningsopdracht ligt, is besloten deze niet bestede middelen (€ 0,4 miljoen) in een bestemmingsreserve op te nemen om zo een interne verzachting van deze vereveningskosten mogelijk te maken.

In 2017 heeft OOZ een verlies van € 0,1 miljoen moeten nemen in verband met de uitkomst van de controle gewichtenleerlingen. Dit dossier loopt sinds het schooljaar 2015/2016. Ondanks corrigerende maatregelen waarvan OOZ van mening was dat alle bevindingen waren geadresseerd hebben wij in 2018 de beschikking ontvangen op basis waarvan deze afboeking noodzakelijk was.

De personele lasten zijn in totaliteit € 2,5 miljoen hoger dan begroot. De overschrijding op de eigen loonkosten is met name in de eerste 7 maanden veroorzaakt (€ 2,5 miljoen). In de laatste maanden van het jaar zijn de loonkosten lager dan begroot. Het traject financieel fit heeft dus zeker het gewenste effect gehad maar dit zal pas in 2018 zichtbaar worden. De overschrijding op de kosten personeel niet in loondienst wordt met name veroorzaakt door overschrijding van de begroting Support als gevolg van inhuur ten behoeve van professionalisering en verdere automatisering van Support alsook juridische inhuur (€ 0,3 miljoen). Daarnaast is door het SO is € 0,1 miljoen meer gebruik gemaakt van de expertise van de Vogellanden, voortkomend uit de stijging van het aantal leerlingen. De dotaties op personele voorzieningen zijn hoger dan verwacht. Dit wordt met name veroorzaakt door een toename van het aantal dossiers wachtgelders alsook een nog altijd stijgend belang van de medewerkers om het recht inzake individueel keuzebudget te sparen.

In verband met een herijking van het MOP waarin het moment van uitvoering van bepaalde onderdelen is veranderd heeft OOZ een aanvullende dotatie van € 0,2 miljoen in de voorziening groot onderhoud opgenomen.

Onderstaand is één en ander grafisch weergegeven:

Grootste positieve elementen resultaat

Grootste negatieve elementen resultaat

Uitsplitsing overige positieve fluctuaties

Uitsplitsing overige negatieve fluctuaties

4.10 Continuïteitsparagraaf

4.10.1 Inleiding

Naast de terugblik op het gevoerde beleid, is het ook van groot belang om toekomstgericht het beleid te toetsen. Deze paragraaf geeft de huidige inzichten weer.

4.10.2 Kengetallen

De belangrijkste kengetallen hebben betrekking op het kapitaal van OOZ. Dit zijn onze leerlingen en onze medewerkers.

4.10.2.1 Ontwikkeling leerlingenaantallen

Ten opzichte van 2016 is voor de sectoren PO en SO een stijging zichtbaar waar het VO voor het eerst een daling laat zien. De stijging van het aantal leerlingen voor het PO komt met name voort uit de Zwolse basisscholen en sluit aan op de verwachting die vorig jaar was uitgesproken. Vergeleken met de andere basisscholen in Zwolle doen OOZ-scholen het de laatste jaren gemiddeld genomen goed. In de afgelopen vijf schooljaren is het marktaandeel in totaal met 1,3% gestegen tot 34,4% in 2017.

Voor het SO was de verwachting dat het aantal leerlingen zou stabiliseren en wellicht zelfs dalen in verband met de vereveningsopdracht Passend Onderwijs. In tegenstelling tot deze verwachting echter, is de sector gegroeid. De voornaamste oorzaak hiervoor is dat de complexiteit van de zorgvraag van een groep leerlingen toeneemt (clusteroverstijgende problematiek, multi-problematiek) waardoor het verzorgen van onderwijs binnen het reguliere onderwijs niet mogelijk is.

Onder de daling van het VO ligt geen eenduidig beeld. Met name een tweetal regiolocaties kampen met een behoorlijk krimpscenario dat zij weten te kenteren dankzij nieuwe onderwijsvormen die leiden tot gemiddeld hogere inschrijvingen dan de afgelopen jaren. Ook binnen Zwolle is het beeld diffuus. Het gymnasium is voor een belangrijk deel van haar onderinstroom afhankelijk van een grote regio waarin de krimp ook duidelijk zichtbaar is.

De van der Capellen scholengemeenschap laat sinds 2016 een consequente groei zien waar de Thorbecke scholengemeenschap een daling laat zien. Deze daling wordt ingegeven door de krimp binnen de belangrijkste voedingsgebieden in combinatie met ‘zware’ cohorten van de jaren 2014 tot en met 2016 die de school nu verlaten.

Waar in 2017 een stabilisatie van het aantal leerlingen zichtbaar is, zal in de komende jaren het aantal leerlingen naar verwachting dalen als gevolg van ofwel de demografie waarin onze scholen zich bevinden ofwel de gewenste ontwikkeling als gevolg van de vereveningsopdracht Passend Onderwijs.

Sector 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022
PO 5.349 5.378 5.302 5.325 5.316 5.320 5.320
SO 484 530 520 510 500 500 500
VO 5.807 5.726 5.704 5.668 5.568 5.538 5.538
Totaal 11.640 11.634 11.526 11.503 11.384 11.358 11.358

De weergegeven leerlingenaantallen zijn de aantallen per peilmoment 1 oktober van de jaren 2016 en 2017 zoals deze in beide gevallen ten tijde van het opstellen van de meerjarenbegroting bekend waren. De definitieve leerlingenaantallen voor de sector PO zijn 5.365 en voor de sector VO 5.801. Vanaf 2018 betreft het een prognose van de leerlingen per 1 oktober, welke door de schooldirecteuren is opgesteld.

Het aantal leerlingen per 31 december wijkt beperkt af van deze gegevens. Redenen voor verschillen zijn verhuizing, onderinstroom in het PO of leerlingen die een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) tot het SO verkrijgen gedurende het schooljaar.

4.10.2.2 Ontwikkeling personeel

De komende jaren zal OOZ geconfronteerd worden met een relatief grote uitstroom van personeel door vergrijzing. In de komende 5 jaren bereikt 6% van ons personeelsbestand de pensioengerechtigde leeftijd. Een deel van deze uitstroom zal parallel lopen met de terugloop van het aantal leerlingen. Echter, een deel van de vertrekkende docenten zal leiden tot tekorten indien hierop niet tijdig wordt geacteerd. Door aantrekkelijk werkgeverschap hoopt OOZ de medewerkers te binden om zodoende het verloop in de overige leeftijdscategorieën zo beperkt mogelijk te houden.

De weergegeven fte’s betreft het aantal per 31 december van de boekjaren 2016 en 2017. De aantallen vanaf 2018 betreft het begrote aantal fte’s welke afhankelijk zijn van bijvoorbeeld natuurlijk verloop en de ontwikkeling van het aantal leerlingen.

groep 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022
DIR 38,67 35,19 33,17 36,86 36,86 36,86 36,86
OP 786,30 778,72 731,33 711,64 710,27 710,95 711,85
OOP 295,36 260,79 269,20 266,17 261,68 262,28 262,03
Totaal 1.120,23 1.074,60 1.033,70 1.014,67 1.008,81 1.010,09 1.010,74

Uit de ratio’s leerlingen ten opzichte van het totale personeel en ten opzichte van het onderwijzend personeel blijkt dat met de beide geprognotiseerde dalingen de verhouding redelijk in stand blijft.

2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022
leerling/personeel 10,39 10,83 11,15 11,33 11,28 11,24 11,24
leerling/OP 14,80 14,94 15,76 16,16 16,02 15,98 15,96

4.10.3 Meerjaren balans

Realisatie Begroting Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen * € 1.000 2016 2017 2017 2018 2019 2020 2021 2022
i. Vaste activa 13.313 14.844 11.629 13.180 12.991 10.815 8.512 6.607
2. Materiële vaste activa 13.313 14.844 11.629 13.180 12.991 10.815 8.512 6.607
ii. Vlottende activa 12.280 12.691 16.797 15.244 16.238 19.195 22.357 25.162
2. Vorderingen 3.626 3.304 4.213 3.701 3.626 3.616 3.616 3.616
4. Liquide middelen 8.654 9.387 12.584 11.543 12.612 15.579 18.741 21.546
Totaal activa 25.593 27.535 28.426 28.425 29.229 30.010 30.869 31.769
iii. Eigen vermogen 12.794 14.951 15.115 14.470 15.299 15.997 16.318 16.862
1. Algemene reserve 11.220 13.446 12.011 12.940 13.796 14.514 14.855 15.419
2. Bestemmingsreserves 420 434 1.865 434 434 434 434 434
3. Overige reserves en fondsen 1.154 1.071 1.239 1.096 1.069 1.049 1.029 1.009
iv. Voorzieningen 1.877 1.990 2.591 1.768 1.744 1.826 2.365 2.721
vi. Kortlopende schulden 10.922 10.594 10.720 12.187 12.187 12.187 12.187 12.187
Totaal passiva 25.593 27.535 28.426 28.425 29.229 30.010 30.870 31.769

De meerjarenbalans zoals hier opgenomen komt overeen met de goedgekeurde meerjarenbegroting 2018-2022. Op een aantal ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan deze cijfers, wordt hieronder nader ingegaan:

De investeringen in de meerjarenbegroting zijn met name vervangend van aard. De afname tot in 2022 wordt met name ingegeven door een nog te maken beleidskeuze ten aanzien van leermiddelen. Tot op heden vindt een combinatie van portfolio en digitale leermiddelen plaats. Als gevolg van de onderwijsinnovaties die worden doorgevoerd is merkbaar dat leermiddelen ook steeds vaker intern worden ontwikkeld (niet geactiveerd). De verwachting is dat in de meerjarenbegroting van 2019-2023 een hoger investeringsbedrag opgenomen zal zijn.

Ten aanzien van de huisvesting geldt dat OOZ in belangrijke mate afhankelijk is van de gemeenten die de gebouwen ter beschikking stellen. Daarnaast is de kwalitatieve inhoud met daarin de visie van OOZ op de ontwikkeling van het onderwijs en de vertaling naar toekomstige huisvesting verwoord in het Integraal HuisvestingsPlan. Deze kwantitatieve en kwalitatieve toets geeft aan welke keuzes op gebied van huisvesting er voor liggen in relatie tot de Koers & Ambitie 2015-2018 en verder. Daarbij spelen de toekomstige ruimtebehoefte (zowel kwantitatief als kwalitatief) in relatie tot de huidige gebouwen, de geschiktheid van het gebouw, de exploitatiekosten, de krimp in het PO maar ook de moeilijk te voorspellen groei in het VO en de personele unie met de Ambelt belangrijke rollen.

Het overgrote deel van de scholen voldoet aan de interne normen van OOZ. Het schoolgebouw van Van der Capellen is ondertussen 50 jaar oud en daarover is intensief overleg gevoerd met de gemeente Zwolle. De uitgesproken verwachting is dat in 2020 met de nieuwbouw gestart kan worden. Deze verwachting wordt ondersteund door het feit dat momenteel bij de gemeenteraad de beslisnota inzake de vervangende nieuwbouw voorligt ter besluitvorming. Begin juli 2018 wordt de uitslag hiervan verwacht. Deze nieuwbouw zal voor het overgrote deel door de gemeente gefinancierd worden. OOZ is gevraagd een gemaximeerde bijdrage van € 3,5 miljoen te leveren. In het voorjaar van 2018 is door OOZ beoordeeld of dit past binnen de (onderwijs)doelstellingen. Hierover is ook met de Raad van Toezicht overleg geweest. OOZ is bereid om deze investering te dragen. Ten tijde van de meerjarenbegroting was dit nog niet bekend. In de, in deze paragrafen opgenomen cijfers, is deze investering daarom ook niet verwerkt.

De mutaties in het eigen vermogen volgens de meerjarenbalans zijn gebaseerd op de kennis ten tijde van het opstellen van de meerjarenbegroting. Dat houdt in dat de verwachte mutatie in de publieke algemene reserve voor 2017 ongeveer € 740K zou bedragen. Het werkelijke resultaat is echter € 2,3 miljoen waardoor de veranderingen in het eigen vermogen nu als volgt worden verwacht:

Realisatie Begroting Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen * € 1.000 2016 2017 2017 2018 2019 2020 2021 2022
iii. Eigen vermogen 12.794 14.951 15.115 15.989 15.237 15.915 16.216 16.740
1. Algemene reserve 11.220 13.446 12.011 12.943 13.772 14.470 14.791 15.335
2. Bestemmingsreserves 420 434 1.865 1.865 434 434 434 434
3. Overige reserves en fondsen 1.154 1.071 1.239 1.181 1.031 1.011 991 971

De overige reserves en fondsen betreffen het batig saldo van de jaarlijkse exploitatie ouderbijdragen alsook de diverse ‘fondsen’ ouderbijdragen van onze VO scholen. De mutatie in deze reserve is begroot op € nihil omdat de doelstelling is dat alle gelden die van ouders worden geïnd ook daadwerkelijk in dat schooljaar worden aangewend. Voor de bestemmingsfondsen dienen bestedingsplannen aanwezig te zijn alvorens deze aangewend kunnen worden.

De mutatie van de voorzieningen betreft het saldo van de dotatie en onttrekking groot onderhoud en de dotatie inzake “individueel keuzebudget” voor de sector VO. Met ingang van de CAO 16/17 is bepaald dat deze uren oneindig door werknemers gespaard mogen worden (indien die keuze wordt toegepast). In de voorziening wordt daarom wel een bedrag gedoteerd maar wordt in de komende jaren nog geen onttrekking berekend. Voor de voorzieningen jubilea en spaarverlof wordt verwacht dat de dotatie en onttrekking per saldo geen materiële afwijking laten zien ten opzichte van het huidige saldo. Deze mutaties zijn derhalve als € nihil meegenomen in de meerjarenbegroting. Als gevolg van deze aannames is in de loop der jaren een constante toename zichtbaar van het totaal van de voorzieningen.

De vorderingen en kortlopende schulden zijn in de jaren na 2018 ongewijzigd opgenomen in de balans. Op deze posten worden geen majeure ontwikkelingen verwacht en als gevolg daarvan wordt volstaan met deze inschatting.

Met de voorziening wachtgeld-/WWverplichting geeft OOZ invulling aan het beleid inzake de beheersing van uitgaven inzake uitkeringen na ontslag. Deze voorziening komt voort uit ons Sociaal Flankerend Beleid dat sinds 2016 wordt uitgevoerd. Dit beleid is opgezet om ons personeel op de juiste plek in te kunnen zetten. De juiste plek voor de werknemer én voor OOZ, en dit kan dus ook buiten onze organisatie zijn. Bij ontslag van individuele medewerkers, anders dan op eigen verzoek, streeft de organisatie ernaar dit te realiseren door middel van vaststellingsovereenkomsten omdat wij van mening zijn dat dit de beste wijze is om maatwerk te leveren, waarbij in goed onderling overleg wordt gekomen tot beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden. Gedurende het proces dat leidt tot de gewenste wederzijdse instemming, stelt OOZ de betrokken medewerker in de gelegenheid gebruik te maken van juridische ondersteuning. Tevens bieden wij begeleiding en coaching aan op maat naar de gewenste situatie (pensionering, uit diensttreding, IVA traject etc.).

Kengetallen Signalerings-grens Inspectie Interne norm 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Solvabiliteit (2) < 0,3 50% 57% 62% 57% 58% 59% 61% 62%
Liquiditeit < 0,75 1,0 1,12 1,57 1,25 1,33 1,58 1,83 2,06
huisvestingsratio > 0,10 > 0,10 0,068 0,072 0,070 0,068 0,068 0,068 0,68
Rentabiliteit 3 jarig < 0
2 jarig < -0,05
1 jarig -0,10
0% (1,8)% 2,4% 1,0% 0,9% 0,8% 0,4% 0,6%
Weerstands-vermogen 1 < 0,05 16% 19% 17% 18% 19% 20% 21%
Weerstands-vermogen 2 19% 14% 15% 15% 16% 17% 17% 18%
Weerstands-vermogen 3 < 0,05 (0,6)% 3,7% 1,4% 2,5% 5,6% 8,5% 11,22%

Ondanks de resultaten van de afgelopen jaren (2016: € 1.670K negatief) zijn de meeste kengetallen nog steeds binnen de normen die OOZ toepast. Deze normen zijn grotendeels strikter dan degene die door bijvoorbeeld Inspectie worden voorgeschreven. In de komende jaren is een duidelijk stijgende lijn in bijna alle kengetallen zichtbaar. Met name de liquiditeit laat een sterk stijgende lijn zien, deze wordt voor een deel ingegeven door de dalende trendlijn in de vervangingsinvesteringen van de activa.

In de kengetallen is het weerstandsvermogen op drie manieren opgenomen. De standaard berekening waarin de voorzieningen (1) worden meegerekend en éénmaal zonder de waarde van de voorzieningen (2). Onze motivatie hiervoor is dat deze middelen uiteindelijk ook een verplichting aan derden behelst en wij op deze wijze een ‘netto’ weerstandsvermogen in beeld hebben. Op basis van ons risicomanagement hebben wij een norm van 19% weerstandsvermogen bepaald. Om deze norm te halen voegen wij jaarlijks 1% van onze lumpsum middelen toe aan het eigen vermogen.

In de derde berekening van het weerstandsvermogen wordt de waarde van de materiële vaste activa in mindering gebracht op het eigen vermogen. Deze berekening benadert het beste de signaleringsgrens van Inspectie en laat zien welke ondergrens OOZ momenteel kent. Deze ligt momenteel onder de signaleringsgrens van Inspectie. De komende jaren is hierin wel een duidelijke groei zichtbaar maar sturing op dit kengetal is van belang.

4.10.4 Meerjaren staat van baten en lasten

Totaal OOZ Realisatie Begroting Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
bedragen * € 1.000 2016 2017 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Rijksbijdragen 86.855 87.538 91.207 90.046 89.034 88.563 88.027 87.895
Overige overheidsbijdragen en -subsidies 626 715 927 673 616 597 578 572
Overige baten 3.378 8.521 3.177 3.244 2.932 2.929 2.922 2.921
Opbrengsten 90.859 96.774 95.311 93.963 92.582 92.088 91.527 91.388
Personeelslasten 75.787 78.176 75.832 75.667 74.928 74.776 74.896 75.030
Afschrijvingen 3.197 3.436 3.461 3.416 3.326 3.177 2.918 2.545
Huisvestingslasten 5.848 5.979 6.125 6.052 5.826 5.790 5.789 5.792
Overige lasten 7.722 8.522 7.569 7.906 7.683 7.657 7.614 7.487
Kosten 92.554 96.113 92.987 93.040 91.763 91.401 91.216 90.854
Rentebaten 25 69 -3 10 10 10 10 10
Financiële baten en lasten 25 69 -3 10 10 10 10 10
Resultaat -1.670 730 2.321 932 829 698 321 544
correcties
bijdrage Ambelt - - - 100 100 100 100 100
pensioenpremiestijging - - - -481 -957 -822 -822 -953
compensatie verhoging pensioenpremie VO - - - 259 514 442 441 513
compensatie verhoging pensioenpremie PO/SO - - - 222 443 380 381 441
stijging loonkosten / -ruimte VO - - - -888 -875 -870 -873 -870
compensatie stijging loonkosten / -ruimte VO - - - 518 511 508 509 507
stijging loonkosten / -ruimte PO/SO - - - -760 -759 -751 -749 -751
compensatie stijging loonkosten / -ruimte PO/SO (€ 25 mio) - - - 98 98 98 98 98
vormen van 'voorziening' verbouwingen - - - 50 50 50 50 50
budget onderwijsachterstandenbeleid - - - 21 21 21 21 21
budget hoogbegaafdenbeleid - - - 21 42 42 42 42
modernisering cao PO/SO - - - 1.053 1.053 1.053 1.053 1.053
verlaging werkdruk PO - - - 39 683 1.268 1.755 1.755
bezuiniging PO/SO - - - -26 -120 -178 -238 -238
bezuiniging PO/SO - - - -30 -138 -205 -274 -274
versterking kwaliteit techniekonderwijs VMBO - - - 140 280 280 280 280
resultaat -1.670 730 2.321 1.268 1.773 2.112 2.094 2.318

Als gevolg van de investeringen van de afgelopen 3 jaren heeft OOZ flink negatieve resultaten geleden. In de begroting van 2017 is als doelstelling een positief resultaat van € 730K opgenomen. Gedurende het jaar is altijd aangenomen dat dit resultaat haalbaar was. Het uiteindelijke resultaat is hoger uitgevallen. In paragraaf 4.8 is de analyse op dit verschil uitgewerkt.

Voor de komende jaren worden positieve resultaten verwacht. Voor een belangrijk deel komt dit voort uit de wens om ieder jaar 1% van onze lumpsummiddelen aan het weerstandsvermogen toe te voegen om zodoende het gewenste niveau te behalen. Daarnaast wil OOZ dat de kostenstructuur beter beïnvloedbaar wordt door deze meer flexibel in te richten.

In de begroting houdt OOZ rekening met alle vastgestelde bedragen vanuit het Rijk maar worden middelen die enkel macro zijn toegezegd buiten beschouwing gelaten. Omdat deze middelen uiteindelijk wel degelijk van invloed zijn op onze financiële positie en wendbaarheid zijn deze extracomptabel berekend. Daarmee wordt duidelijke welke middelen nog inzetbaar zijn indien de beloften van het Rijk worden nagekomen.

Onze contractactiviteiten beperken zich tot het detacheren van ons personeel aan overige onderwijsinstellingen. Het is onze inschatting dat deze wijze van uitleen de komende jaren zal stijgen als gevolg van het mobiliteitsbeleid dat wij voeren.

De derde geldstroom van OOZ ziet toe op gelden die (het grootste deel van) onze VO scholen innen bij de ouders ten behoeve van het kunnen aanbieden van excursies en verdieping van het reguliere (wettelijke) onderwijs dat wordt gegeven. Daarbij kan worden gedacht aan TweeTalig Onderwijs (TTO), Technasium en andere stromen (sport, media, kunst, podium). Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat gelden worden ‘opgepot’ tenzij hier een specifiek doel aan gekoppeld is. Daarom doen wij in onze meerjarenbegroting de aanname dat het resultaat € nihil is.

4.10.5 Planning en Control

Het interne risicobeheersingssysteem van OOZ behelst alle van belang zijnde processen zoals (niet uitputtend) de begroting, de jaarrekening, tussentijdse rapportage maar ook bijvoorbeeld schoolplannen, schoolgidsen, of het bepalen van ouderbijdragen. Met deze inrichting kunnen we enerzijds tijdig anticiperen op de ontwikkelingen in ons primaire proces en anderzijds voldoen aan de verplichtingen die wij hebben om op een goede wijze (good governance) de beheersing van de organisatie in te richten en hier verantwoording over af te kunnen leggen.

Het afleggen van verantwoording vindt plaats vanuit een tweetraps gedachte. Als gevolg van de integrale verantwoordelijkheid die onze schooldirecteuren hebben, alsook ons gedachtegoed dat de input van de directeuren onmisbaar is bij het definiëren en adresseren of mitigeren van risico’s wordt bij elke vier maandelijkse managementrapportage door de directeuren een Memorie van Toelichting voorbereid waarin zij (gebaseerd op de theorie van SWOT) de status van hun school beschrijven. Vervolgens is het aan het CvB om hier op organisatieniveau verantwoording over af te leggen.

4.10.6 Risicoparagraaf

In deze paragraaf gaan we in op risico’s. Risico’s definiëren we als ‘doelstellingbedreigende factoren waar onvoldoende op kan worden geanticipeerd, omdat de zekerheid of de omvang nog onvoldoende duidelijk is om het bedreigende element af te dekken’.

4.10.6.1 Leeftijdsopbouw personeel

Landelijke onderzoeken naar de leeftijdsopbouw van het personeel in het onderwijs laten zien dat de komende jaren een grote uitstroom van pensioengerechtigden op gang komt. Voor OOZ is het van belang om hier tijdig op te anticiperen en de uitstroom van personeel kwantitatief en kwalitatief goed op te vangen. Het anticiperen gebeurt aan de hand van het in 2016 geïntroduceerde personeelsbeleid JIJ&OOZ. In combinatie met de reeds beschreven leerlingenontwikkeling en de vroegtijdige anticipatie verwachten wij dat wij voldoende in staat zijn om deze ontwikkeling voor zowel de organisatie als onze medewerkers tot een kans uit te laten groeien.

4.10.6.2 Onzekere financiële toezeggingen door het Rijk

In de afgelopen jaren heeft OOZ steeds vaker moeten constateren dat een toename van onze kostenstructuur (cao, pensioenen) niet afdoende door het Rijk wordt gecompenseerd. Als gevolg daarvan maken wij in onze meerjarenbegroting onderscheid in middelen waarvan de toezegging zeker is en middelen waarvan de toezegging alsook de omvang van de toezegging onzeker zijn. Op deze wijze wordt het kostenniveau gebaseerd op de middelen waarvan OOZ zeker is dat deze beschikbaar komen en kunnen de ‘extra’ middelen ook als zodanig ingezet worden.

4.10.6.3 Verevening Passend Onderwijs

OOZ ziet de vereveningsopdracht Passend Onderwijs als een risico met name de binnen de samenwerkingsverbanden 23.05 PO en VO (IJsselvecht) waar een grote vereveningsopdracht ligt. Deze verevening komt voort uit de opdracht vanuit het Rijk om te zorgen voor een inzet van Speciaal Onderwijs die in lijn ligt met het landelijk gemiddelde. Van oudsher zitten wij echter in een regio waarin het percentage inschrijvingen in het Speciaal Onderwijs significant boven het landelijk gemiddelde ligt.

Sinds 1 augustus 2015 zet OOZ twee netwerkregisseurs in om de interne bedrijfsvoering ten aanzien van Passend Onderwijs zo efficiënt mogelijk te laten verlopen en kritisch toe te zien op het realiseren van ons eigen vereveningsdeel. Ondanks deze inspanningen blijkt dat een effect van Passend Onderwijs vooralsnog een stijging van ons eigen speciaal onderwijs leerlingen betreft. Ook blijkt uit sommige kengetallen van het VO een stijging van zorgleerlingen ten opzichte van de gestelde opdracht. Aan de verwijzing van deze leerlingen ligt een handelingsverlegenheid bij de scholen ten grondslag. Vaak heeft dit te maken met complexe problematiek die escaleert en niet meer te keren valt, waarmee de grenzen van de ondersteuning in een school zichtbaar worden. De uitstroom neemt ook toe door de beperkte mogelijkheid tot ondersteuning van leerlingen in grote groepen en door een toename van gezinsproblematiek. Reden te meer om kritisch te blijven toezien op dit proces. Gezien de gedeeltelijke afhankelijkheid van andere besturen alsook de trend dat ons aantal zorgleerlingen op korte termijn is toegenomen is het niet ondenkbaar dat de verevening niet geheel wordt gehaald. In welke omvang dit zal zijn kan nu nog niet betrouwbaar worden ingeschat.

4.10.6.4 Kleine scholen

In 2013 adviseerde de Onderwijsraad dat een herziening van de opheffingsnormen en bekostigingssystematiek nodig zijn om de kwaliteit van het onderwijs duurzaam te waarborgen en de toename van het aantal kleine scholen te beperken in het PO. Naar aanleiding van een intern uitgevoerd onderzoek dat heeft geresulteerd in het rapport Krimp heeft OOZ in de afgelopen jaren op basis van een aantal factoren (kwaliteit onderwijs, pedagogisch klimaat, werkdruk / motivatie van medewerkers en financiën) de ontwikkelingen van haar basisscholen gevolgd. Zolang (een combinatie van) deze factoren geen aanleiding geven tot zorgen worden geen specifieke acties ondernomen. In het afgelopen jaar heeft OOZ zich bij drie basisscholen genoodzaakt gezien om wel tot actie (sluiting) over te gaan. Op de korte termijn voorziet OOZ geen nieuwe dossiers op dit risico maar heeft OOZ wel een aantal scholen onder de opheffingsnorm die mogelijk op termijn in aanmerking komen voor fusie, sluiting of overdracht naar een ander bestuur.

In het VO is de opheffingsnorm zodanig laag dat OOZ daar geen vergelijkbare risico’s loopt.

4.10.6.5 Algemene Verordening Gegevensbescherming

Met ingang van mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing, deze vervangt de huidige regelgeving Wet Bescherming Persoonsgegevens. Dit betekent dat de regels voor het gebruik van persoonsgegevens worden verscherpt en hier op een (nog) bewustere manier mee dient te worden omgegaan. OOZ hecht veel waarde aan de 'digitale' veiligheid van de grote hoeveelheid gegevens en materiaal die zij onder haar beheer heeft. Uitgangspunt bij het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens is ‘dataminimalisatie’.

Vanaf 2016 anticiperen wij op dit strengere privacybeleid zowel door het formeel goed organiseren en regelen van privacy-vraagstukken alsook de communicatie hierover naar alle betrokkenen. Ondanks het feit dat een groot deel van acties al zijn uitgezet en bewustwording op dit onderwerp snel groeiende is op al onze scholen merken wij deze wel aan als een doelstellingbedreigend risico omdat dit een relatief nieuwe werkelijkheid betreft waar een hoog (financieel) risicoprofiel aan hangt.

4.10.6.6 Huisvesting in relatie tot toekomstbestendig onderwijs

Van oudsher is OOZ een organisatie die zo gespreid mogelijk (geografisch) haar onderwijs wil aanbieden (binnen Zwolle) en daarnaast ook in een aantal kleinere buurgemeenten het openbaar onderwijs verzorgt. In de afgelopen jaren was een daling binnen ons PO zichtbaar van het aantal leerlingen, zowel in de regio als in bepaalde delen van de stad Zwolle. Met ingang van dit schooljaar is voor het eerst in totaliteit weer een voorzichtige groei zichtbaar. Dit staat echter niet in verhouding tot de daling in de voorafgaande jaren.

Als gevolg hiervan zijn de vierkante meters die wij in het PO beschikbaar hebben niet in de juiste verhouding ten opzichte van het aantal leerlingen verdeeld over de scholen/wijken. Ook het VO kent een bepaalde problematiek rondom huisvesting. Een aantal locaties heeft een grote groei doorgemaakt, waardoor het totale leerlingenbestand niet meer op de eigen locatie gehuisvest kan worden. Dit heeft geleid tot meerdere suboptimale oplossingen.

Daarnaast merkt OOZ in toenemende mate dat de schoolgebouwen niet altijd voldoen aan de wensen van onderwijsteams om toekomstbestendig onderwijs te kunnen geven. Mede als gevolg hiervan heeft OOZ een integraal huisvestingsplan opgesteld waarin congruentie tussen wensen, (ver)eis(t)en en mogelijkheden wordt onderzocht. Op een aantal scholen is sprake van een disbalans tussen de beschikbare ruimte / vierkante meters en de aanwezige leerlingen. Daarnaast signaleren wij dat locatie van de huisvesting (aanbod) niet altijd overeenkomt met de demografische vraag. Een derde bemoeilijkende factor is dat de afschrijvingstermijn van investeringen gemiddeld 10 jaren is waardoor de middelen minder flexibel zijn dan de werkelijke situatie vraagt. Op de (zeer) korte termijn voldoet onze huisvesting maar in combinatie met onze visie op toekomstbestendig onderwijs voorzien wij het (niet kwantificeerbare) risico dat de huidige inrichting van huisvesting niet meer aansluit.

OOZ is met grote regelmaat in overleg met de diverse gemeenten om dit risico adequaat te mitigeren.

4.10.7 Rapportage toezichthoudend orgaan

De Raad van Toezicht vindt het van groot belang dat een goede dialoog tussen het College van Bestuur en de Raad van Toezicht bestaat. In elke (in)formele vergadering is gesproken over de financiële status van OOZ in relatie tot de bezuinigingsdoelstelling. De Raad van Toezicht constateert dat het urgentiebesef goed lijkt te leven in meerdere lagen van de organisatie maar dringt aan op blijvende aandacht voor de financiële situatie om zeker te zijn dat de positieve resultaten van 2017 van een goede kwaliteit en bestendig zijn.

Tevens wordt met regelmaat van gedachten gewisseld over de ambities en innovaties die in het onderwijs worden ingezet alsook overige beleidsvraagstukken zoals bijvoorbeeld het besluit tot aangaan van de personele unie met de Ambelt.

In hoofdstuk 3 is een meer uitgebreide rapportage van de Raad van Toezicht opgenomen.

Scroll Scroll

5.1 Model A: Balans per 31 december 2017, vergelijkende cijfers per 31 december 2016 na resultaatsbestemming

Activa

1.1 Vaste activa 31 december 2017 31 december 2016
1.1.2 Materiële vaste activa 11.629 13.313
Totaal vaste activa 11.629 13.313
1.2 Vlottende activa
1.2.2 Vorderingen 4.213 3.626
1.2.4 Liquide middelen 12.584 8.653
Totaal vlottende activa 16.797 12.280
Totaal activa 28.426 25.593

Passiva

2.1 Eigen vermogen 31 december 2017 31 december 2016
2.1.1 Groepsvermogen 15.115 12.794
2.2 Voorzieningen 2.591 1.877
2.4 Kortlopende schulden 10.720 10.922
Totaal passiva 28.426 25.593

5.2 Model B: Staat van Baten en Lasten jaar 2017, vergelijkende cijfers jaar 2016

Werkelijk 2017 Begroting 2017 Werkelijk 2016
Baten
3.1 Rijksbijdragen 91.207 87.538 86.855
3.2 Overige overheidsbijdragen 927 773 626
3.5 Overige baten 3.177 2.731 3.378
Totaal baten 95.311 91.042 90.859
Lasten
4.1 Personeelslasten 75.832 73.334 75.787
4.2 Afschrijvingen 3.461 3.436 3.197
4.3 Huisvestingslasten 6.125 5.813 5.848
4.4 Overige lasten 7.569 7.791 7.723
Totaal lasten 92.987 90.375 92.554
Saldo baten en lasten 2.324 668 -1.696
Financiële baten en lasten
6.1 Financiële baten 11 69 25
6.2 Financiële lasten 14 7 0
Saldo fin. baten en lasten -3 62 25
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering 2.321 730 -1.671

5.3 Model C: Kasstroomoverzicht jaar 2017, vergelijkende cijfers jaar 2016

2017 2016
Kasstroom uit operationele activiteiten
Saldo Baten en Lasten 2.324 -1.696
2.324 -1.696
Aanpassing voor:
Afschrijvingen 4.2 3.461 3.197
Mutaties voorzieningen 2.2 715 339
4.176 3.536
Veranderingen in vlottende middelen
- Vorderingen 1.2.2 -588 775
- Kortlopende schulden 2.4 -202 -773
-790 3
Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties 5.710 1.843
Ontvangen interest 6.2 11 37
Betaalde interest 6.2 14 0
-3 37
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten 5.706 1.880
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Investeringen in materiële vaste activa 1.1.2.3 -1.777 -3.209
Desinvesteringen in materiële vaste activa 1.1.2.3 0 0
Overige mutaties in materiële vaste activa 1.1.2.3 0 0
Mutaties leningen 1.1.3.7 0 1.168
Overige mutaties in financiële vaste activa 1.1.3.7 0 0
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten -1.777 -2.041
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Aflossing langlopende schulden 1.1.3.7 0 0
Ongerealiseerde koersresultaten 1.1.3.7 0 -12
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten 0 -12
Mutatie liquide middelen 1.2.4 3.930 -173
Beginstand liquide middelen 8.654 8.826
Mutatie liquide middelen 3.930 -172
Eindstand liquide middelen 12.584 8.654

5.4 Grondslagen

Algemene toelichting

Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio is statutair gevestigd aan de Dobbe 74, 8032JX te Zwolle en bij de KvK ingeschreven onder nummer 56004028. Het bestuursnummer is 42623.

De activiteiten van OOZ bestaan voornamelijk uit:

  • Dienstverlening op het gebied van onderwijs;
  • Detacheren van (ondersteunend) onderwijzend personeel.

De jaarrekening is opgesteld in eenheden van € 1.000 (€ 1K). De enige uitzondering hierop betreft de verantwoording WNT welke in eenheden van € 1,- is opgenomen.

Algemeen

De jaarrekening is onder de verantwoordelijkheid van het College van Bestuur opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW, de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) en de Beleidsregels toepassing WNT van toepassing zijn en met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn op historische kosten gebaseerd. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.

Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuiteitsveronderstelling.

Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

Financiële instrumenten en risicobeheersing

Marktrisico
Valutarisico

OOZ opereert in Nederland en loopt geen valutarisico’s.

Prijsrisico

OOZ loopt nauwelijks prijsrisico’s ten aanzien van de waardering van activa.

Rente- en kasstroomrisico

OOZ loopt renterisico over de rentedragende kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt OOZ risico ten aanzien van toekomstige kasstromen; met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt OOZ risico’s over de reële waarde als gevolg van wijzigingen in de marktrente. Met betrekking tot de vorderingen en schulden worden geen financiële derivaten met betrekking tot afdekking van het renterisico gecontracteerd.

Kredietrisico

OOZ heeft geen significante concentraties van kredietrisico. Inkomsten van de overheid zijn gegarandeerd en het liquiditeitsrisico is zeer beperkt. De liquide middelen staan uit bij banken die minimaal een A-rating hebben. OOZ heeft geen vorderingen verstrekt aan participanten en maatschappijen waarin wordt deelgenomen. Tevens zijn geen leningen verstrekt aan participanten/verbonden partijen.

Liquiditeitsrisico

OOZ maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Voor zover noodzakelijk, worden nadere zekerheden verstrekt aan de bank voor beschikbare kredietfaciliteiten.

Schattingen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de instelling over verschillende zaken zich een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

Verbonden partijen

Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van de instelling en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Voor het overzicht van de verbonden partijen wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen in de toelichting op de balans.

Segmentatie

De grondslagen welke voor de vier operationele segmenten worden gehanteerd zijn gelijk aan de hieronder beschreven grondslagen.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Materiële vaste activa

Bedrijfsgebouwen en -terreinen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur.

Op terreinen wordt niet afgeschreven. De verkrijgingsprijs (1 januari 1997) voor het VO is bepaald door middel van taxatie per 31 december 1996. De verkrijgingsprijs (1 januari 2005) voor het PO en (V)SO is bepaald door middel van taxatie per 31 december 2004. De gebouwen en terreinen die in gebruik zijn bij de scholen van de OOZ zijn nog steeds economisch en juridisch eigendom van de gemeenten (Zwolle, Dalfsen, Hattem, Ommen). Normaliter komt uitbreiding/aanpassing van huisvesting voor rekening van de gemeentelijke overheid. Echter sinds 2004 staat op de balans onder de post gebouwen en terreinen een bedrag waarmee uitbreidingen en/of aanpassingen in het Voortgezet Onderwijs worden gerealiseerd die niet door de gemeenten worden gefinancierd. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Voor een uiteenzetting ten einde vast te kunnen stellen of voor een materieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering wordt verwezen naar het betreffende onderdeel.

Overige vaste activa (met een minimale aanschafwaarde van € 250,-) worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van grond- en hulpstoffen en kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de vervaardiging inclusief installatiekosten.

De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd:

  • Gebouwen 2,5 % - 33,33%
  • Inventaris algemeen 10 – 14,3%
  • Leer- en hulpmiddelen 10% - 12,5%
  • Boeken / lesmethoden VO 50% - 16,66%
  • Kantoormeubilair 10%
  • Audiovisuele apparatuur 10% - 14,3%
  • Schoolmeubilair 6,66%
  • Machines 6,66% -10%
  • Automatisering 20% - 25%

Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen als kortlopende schuld. De subsidieschuld wordt verminderd met de mate van afschrijvingen van het desbetreffende actief en als onderdeel van de overige baten verwerkt in de staat van baten en lasten. Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen is een voorziening voor groot onderhoud gevormd. Voor de waardering van de voorziening onderhoud gebouwen wordt uitgegaan van een meerjaren onderhoudsplan voor de komende 15 jaar. De voorziening wordt lineair opgebouwd, het uitgevoerde groot onderhoud wordt ten laste van de voorziening gebracht.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Financiële vaste activa en vorderingen

De financiële vaste activa en de vorderingen worden bij de eerste verwerking tegen de reële waarde gewaardeerd, inclusief de transactiekosten. Na de eerste verwerking worden de financiële vaste activa en de vorderingen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Voor zover noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Eigen Vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves en/of -fondsen. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, waarbij de beperking door het bestuur is aangebracht. Voor een verdere toelichting inzake de gevormde bestemmingsreserves wordt verwezen naar paragraaf 5 van de toelichting op de balans. Het bestemmingsfonds is een reserve met een beperktere bestedingsmogelijkheid, waarbij de beperking door derden is aangebracht. Voor een verdere toelichting inzake de gevormde bestemmingsfondsen wordt verwezen naar paragraaf 5 van de toelichting op de balans.

Voorzieningen

Algemeen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. Bij de berekening van de contante waarde van voorzieningen wordt als disconteringsvoet gehanteerd de reële risicovrije disconto ad 2,5% (2016: 2,5%), tenzij anders vermeld. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

Voorziening jubilea

De voorziening jubilea wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans.

Toegepaste waardering voorziening jubileumuitkeringen

De hoogte van de voorziening jubileumuitkeringen wordt volgens de statische methode bepaald. Per einde boekjaar wordt op basis van het personeelsbestand, de leeftijd en datum indiensttreding van een werknemer de kans berekend dat sprake zal zijn van een uitkering in verband met een 25-jarig of 40-jarig jubileum. Het verschil tussen de feitelijke en benodigde omvang wordt als dotatie of vrijval in de staat van Baten en Lasten zichtbaar.

Voorziening spaarverlof

Voor de waardering van de voorziening spaarverlof wordt uitgegaan van de opgebouwde aanspraken op spaarverlof en de gemiddelde personele last van de betreffende school.

Voorziening individueel keuzebudget

De voorziening individueel keuzebudget vloeit voort uit de CAO 2015-2016, waarbij werknemers de mogelijkheid hebben om recuperatie uren te sparen. Voor de waardering van deze voorziening wordt uitgegaan van de opgebouwde aanspraken op spaarverlof en de gemiddelde personele last van de betreffende school.

Voorziening wachtgelders

De voorziening wachtgelders (en (bovenwettelijke) WW wordt gevormd ten behoeve van de meerjarenverplichting die OOZ heeft ten aanzien van het vertrek van werknemers indien de aanstelling niet van rechtswege beëindigd. De inschatting van deze verplichting is gebaseerd op de uitgangspunten van de cao en de kosten per werknemer.

Schulden

Schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Segmentatie

De bestuurskosten worden op basis van de rijksbijdragen over de sectoren verdeeld. Deze verdeling sluit aan op de interne verdeling van middelen bij OOZ. Hierbij is rekening gehouden met eliminatie van onderlinge verrekeningen.

Opbrengstverantwoording

Verlenen van diensten

Opbrengsten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Rijksbijdragen

Rijksbijdragen worden als baten verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft.

Giften

Indien baten worden ontvangen in de vorm van zaken of diensten, worden deze gewaardeerd tegen de reële waarde.

Overige overheidsbijdragen en -subsidies

Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen.

Overige baten

Overige baten bestaan uit baten uit verhuur, detachering, ouderbijdragen en overige baten.

Afschrijving op materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.

Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.

Personeelsbeloningen

Periodiek betaalbare beloningen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers.

Pensioenen

OOZ heeft een pensioenregeling bij Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Op deze pensioenregeling zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte of contractuele basispremies betaald door de instelling. ABP hanteert het middelloon als pensioengevende salarisgrondslag.

ABP probeert ieder jaar de pensioenen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 105% vindt er geen indexatie plaats, op 31 december 2017 was de dekkingsgraad van ABP 104,4% (2016: 96,6%). De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa, indien dit tot een terug storting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Bijzondere posten

Bijzondere posten zijn baten of lasten die voortvloeien uit gebeurtenissen of transacties die behoren tot het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die omwille van de vergelijkbaarheid apart toegelicht worden op grond van de aard, omvang of het incidentele karakter van de post.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Kasstromen in vreemde valuta zijn omgerekend tegen een geschatte gemiddelde koers. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

5.5 Toelichting op de balans

1

Activa

1.1 Vaste activa
1.1.2 Materiële vaste activa
1.1.2.1 Gebouwen 1.1.2.3 Inventaris en
apparatuur
Totaal materiële
vaste activa
Aanschafwaarde per 1 januari 2017 4.360 22.975 27.335
Cumulatieve afschrijvingen per 1 januari 2017 1.027 12.995 14.022
Boekwaarde per 1 januari 2017 3.333 9.980 13.313
Investeringen 22 1.755 1.777
Aanschafwaarde desinvesteringen 293 1.201 1.493
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen 293 1.201 1.493
Afschrijvingslast 605 2.855 3.461
Saldo mutaties 1.212 7.012 8.224
Aanschafwaarde per 31 december 2017 4.089 23.529 27.618
Cumulatieve afschrijvingen per 31 december 2017 1.340 14.649 15.989
Boekwaarde per 31 december 2017 2.749 8.880 11.629

De investeringen van inventaris/apparatuur betreft voor € 964K investeringen in ICT(-infrastructuur). Daarmee ligt de waarde van deze investeringen in lijn met het gemiddelde van de afgelopen twee jaren (€ 940K). Overige investeringen betreffen met name vervangingsinvesteringen inzake lesmateriaal (€ 289K) en inventaris (€ 491K).

De desinvesteringen op gebouwen heeft betrekking op het buiten gebruik stellen van één van de schoollocaties VO in verband met afspraken met de gemeente Zwolle. Ook binnen de inventaris is een boekverlies geleden als gevolg van deze buiten gebruik stelling. Het verschil is als boekverlies verwerkt in de afschrijvingslast 2017.

1.2 Vlottende activa
1.2.2 Vorderingen
31-12-2017 31-12-2016
1.2.2.1 Debiteuren algemeen 619 274
1.2.2.7 Vorderingen (ouders van) leerlingen 280 296
899 569
1.2.2.2 Vorderingen op OCW/EZ
Reguliere lumpsum 2.012 1.964
Prestatieboxmiddelen PO 79 69
Impulsgebieden 22 22
Overige subsidies OCW 14 0
2.127 2.055
1.2.2.3 Vorderingen op gemeenten en GR's 185 102
1.2.2.4 Vorderingen op groepsmaatschappijen 175 147
1.2.2.10 Overige vorderingen 385 323
1.2.2.15 Overlopende activa overige
Vooruitbetaalde kosten 486 416
Transitorische activa 29 38
515 453
1.2.2.16 Af: Voorziening wegens oninbaarheid -74 -25
Totaal vorderingen 4.213 3.625

De stijging van de vorderingen komt in grote mate voort uit de debiteuren (publiek), ongeveer de helft van deze stijging komt voort uit een ander betalingsmoment van diverse debiteuren en de overige stijging betreffen debiteuren die nieuw zijn ten opzichte van 2016. De voorziening oninbaarheid is gestegen als gevolg van een veroudering van de private vorderingen.

Onder de overige vorderingen (1.2.2.10) is een post opgenomen inzake borg tablets voor € 189K (2016: € 137K) welke een langlopend karakter kennen. De borg is als een kortlopende vordering verantwoord omdat wij deze retour ontvangen op het moment dat tablets ingeleverd worden. Deze inlevering kan op elk willekeurig plaats vinden.

1.2.4 Liquide middelen
31-12-2017 31-12-2016
1.2.4.1 Kasmiddelen 11 9
1.2.4.2 Tegoeden op bankrekeningen 12.573 8.645
Totaal liquide middelen 12.584 8.653

De liquide middelen hebben in de afgelopen jaren een neerwaartse trend laten zien. Gedurende 2017 is een constant stijgende lijn zichtbaar geweest leidend tot dit saldo ultimo 2017. De liquide middelen staan ter vrije beschikking.

Model D: Toelichting op het eigen vermogen

2

Passiva

2.1.1 Groepsvermogen Mutaties
Stand per 01-01-2017 Bestemming Resultaat Overige Mutaties Stand per 31-12-2017
2.1.1.1 Algemene reserve 11.220 791 0 12.011
2.1.1.2 Bestemmingsreserves publiek
Reserve eerste waardering 144 -18 0 126
Exploitatie gymgebouw 276 18 0 294
Passend Onderwijs 0 367 0 367
Onderwijsvernieuwing PO 0 509 0 509
Personeel 0 570 0 570
Totaal bestemmingsreserves publiek 420 1.446 0 1.865
2.1.1.3 Bestemmingsreserve privaat 666 123 0 789
2.1.1.5 Bestemmingsfondsen privaat
Bestemmingsfonds Emma 179 -8 0 171
Bestemmingsfonds kantine 2 0 2
Bestemmingsfonds ICT 64 -16 0 48
Bestemmingsfonds onderwijs 243 -15 0 228
Totaal bestemmingsfonds privaat 488 -39 0 450
Totaal eigen vermogen 12.794 2.321 15.115

In verband met de overdracht van de Vinkenbuurt aan Arcade is per 1 augustus 2017 het eigen vermogen van de Vinkenbuurt als een rechtstreekse vermogensmutatie overgebracht naar de algemene reserve. Deze overzetting is verwerkt binnen categorie 2.1.1.1 en als gevolg daarvan niet zichtbaar in het verloopoverzicht.

Ultimo 2017 zijn een drietal nieuwe bestemmingsreserves gevormd. De bestemmingsreserve Passend Onderwijs is gevormd uit de middelen Passend Onderwijs die OOZ in 2017 heeft ontvangen maar niet in het onderwijsproces in heeft gezet. In verband met de bovengemiddeld zwaardere vereveningsopdracht die onze regio kent wil OOZ deze middelen in de komende jaren beschikbaar houden om een interne verzachting van deze verevening toe te passen. De bestemmingsreserve onderwijsvernieuwing PO wordt gevormd door het positieve resultaat van de sector PO die dit jaar is behaald. Dat deze sector zo’n groot positief resultaat heeft behaald is een prestatie op zich omdat de afgelopen jaren is gebleken dat de bekostiging krap is. Om ervoor te zorgen dat dit overschot in de komende jaren ingezet kan worden om didactische vernieuwing financieel te stimuleren en de aantrekkelijkheid van de scholen in de markt te vergroten worden deze expliciet door de Raad van Toezicht geoormerkt voor het PO. De bestemmingsreserve Personeel is tot stand gekomen uit de middelen van prijsbijstelling welke in 2017 zijn ontvangen maar, als gevolg van het bestuurlijke besluit om deze middelen bovensectoraal te houden, uiteindelijk niet zijn aangewend. Vanaf 2018 en verder zullen deze middelen gebruikt worden om investeringen in personeel te bekostigen welke aansluiten bij JIJ&OOZ maar de reguliere bekostiging van het Rijk te boven gaan.

Onder 2.1.1.3 wordt melding gemaakt van de bestemmingsreserve privaat. Feitelijk betreft dit het jaarlijkse resultaat van de (vrijwillige) bijdragen die van ouders worden gevraagd. Aan deze middelen zijn geen beperkingen omtrent besteding opgelegd waardoor de omschrijving ‘bestemmingsreserve’ naar de mening van OOZ niet geheel passend is. Regelgeving vereist echter deze wijze van verantwoording. Daarnaast kent OOZ vier daadwerkelijk private bestemmingsfondsen. Deze zijn gevormd door de afzonderlijke besturen van de voormalige Stichting Voorzieningenfonds van der Capellen, voormalige Stichting Schoolfonds Thorbecke Scholengemeenschap en voormalige Stichting Voorzieningenfonds Diezer College Zwolle op het moment van liquideren.

Het bestemmingsfonds ‘Emma’ dient ten goede te komen aan het onderwijs of de onderwijsondersteunende activiteiten van de VMBO B/K/GL leerling. Het bestemmingsfonds “kantine’ dient ten goede te komen aan de kantine en het keukenmateriaal van de leerlingen praktijkonderwijs. Het bestemmingsfonds ‘ICT’ dient ten goede te komen aan de versterking, verbetering en versnelling van de ICT infrastructuur. Het bestemmingsfonds ‘onderwijs’ dient ten goede komen van het onderwijs in ruime zin.

De besteding van deze gelden kan enkel na goedkeuring van de ouderraad en instemming van de oudergeleding MR van de betreffende schoollocatie.

2.2 Voorzieningen
Mutaties Onderverdeling saldo 2017
Stand per 01-01-2017 Dotaties 2017 Onttrekkingen 2017 Vrijval 2017 Stand per 31-12-2017 Kortlopend deel <1 jaar Langlopend deel > 1 jaar
2.2.1 Personeelsvoorzieningen
2.2.1.2 Verlofsparen en sabbatical leave 339 121 75 24 362 77 285
2.2.1.2 Individueel keuzebudget 524 511 305 0 730 150 580
2.2.1.4 Jubileum uitkeringen 686 102 134 2 652 79 573
2.2.1.7 Overige personele voorzieningen 275 487 262 500 318 182
1.824 1.221 775 26 2.244
2.2.3 Voorziening groot onderhoud 51 1.262 1.013 -47 347 340 7
Totaal voorzieningen 1.876 2.483 1.788 -21 2.591

De voorzieningen jubileum en spaarverlof laten een stabiel zien ten opzichte van 2016. De voorziening individueel keuzebudget laat nog steeds een stijgende lijn zien. Dit is het gevolg van een toename van het aantal sparende werknemers binnen de sector VO. Daarnaast beschikt OOZ nu voor het eerst over de informatie om een betrouwbare inschatting te kunnen maken van de spaarrechten binnen het PO. De overige personele voorziening betreft de voorziening wachtgelders. Deze is ten opzichte van 2016 gestegen als gevolg van een toename van het aantal dossiers wachtgelders alsook de verplichting aan het participatiefonds inzake nog te verrekenen uitkeringen. OOZ kiest ervoor geen voorziening eigenrisico drager WGA op te nemen omdat de facturen die worden ontvangen voor verrichte diensten om dit element te mitigeren jaarlijks in de exploitatie worden gedragen.

De voorziening groot onderhoud kent een toename ten opzichte van 2016. Dit wordt in belangrijke mate ingegeven door een aanvullende dotatie van € 230K per jaareinde 2017 om zodoende de voorziening in meerjarenperspectief financieel gezond te krijgen. De vrijval van de voorziening groot onderhoud komt voort uit de financiële afwikkeling van de overdracht van OBS de Vinkenbuurt.

2.4 Kortlopende schulden
31-12-2017 31-12-2016
2.4.1 Schulden aan groepsmaatschappijen 43 94
2.4.4 Schulden aan OCW / EZ
Terug te betalen bekostiging 290
Innovatie Impuls Onderwijs 170 170
Zij instroom 2013-2015 10 10
Lerarenbeurs 25 25
495 206
2.4.6 Schulden aan gemeenten en GR'n 0 129
2.4.8 Crediteuren 1.460 1.558
2.4.9 Belastingen en premies sociale verzekeringen
Loonheffing 2.843 3.089
Premies sociale verzekeringen 76 76
2.919 3.164
2.4.10 Pensioenen 871 754
2.4.12 Overige kortlopende schulden 306 354
2.4.14 Vooruitontvangen subsidies OCW / EZ
Lerarenbeurs 206 241
Prestatiesubsidie convenanten 24 49
Zij-instroom 2016/2017 12 0
Bijzondere bekostiging asielzoekerskinderen 17 0
Vooruitontvangen investeringssubsidie OCW / EZ 139 202
398 491
2.4.15 Vooruit ontvangen investeringssubsidies
Vooruitontvangen investeringssubsidie gemeente 993 897
Vooruitontvangen investeringssubsidie overig 95 97
1.088 993
2.4.16 Vooruit ontvangen bedragen
Vooruitontvangen ouderbijdragen 731 856
Vooruitontvangen overige bedragen 153 36
884 891
2.4.17 Vakantiegeld 2.256 2.287
Totaal kortlopende schulden 10.720 10.922

Onder de schulden aan OCW is een terugbetalingsverplichting van € 290K opgenomen inzake ontvangen bekostiging voor de (in de praktijk gesloten) OBS de Caroussel. Per 1 augustus 2017 wordt hier niet langer onderwijs verzorgd waardoor OOZ geen recht heeft op deze middelen.

De daling van de verplichting inzake belastingen en premies sociale verzekeringen komt voort uit een daling van het personeelbestand.

De vooruit ontvangen investeringssubsidies bedragen in totaal € 1.227K. Deze hebben een overwegend langlopend karakter maar gegeven de aard van de post is deze als transitorische passiva verantwoord. Het kortlopende deel bedraagt € 227K. Tevens hebben wij voor een totaalbedrag van € 99K verplichtingen inzake verkregen ouderbijdragen opgenomen (voortvloeiend uit de liquidatie van de Stichting Voorzieningen Fondsen van der Capellen en Thorbecke) welke een semi langlopend karakter kennen om te waarborgen dat deze gelden op een beleidsrijke wijze worden aangewend.

5.6 Model G: verantwoording subsidies (bijlage behorende bij RJ660.402)

Omschrijving Kenmerk Datum toewijzing t/m 2017 geheel uitgevoerd en afgerond   nog niet geheel afgerond
Zij instromers 2013-2015 ZI3V/563551-1 Oct 4, 13 40 40 nee
Lerarenbeurs 2016/2017 PO DL/B/110284 09/20/2016 183 183 ja
Lerarenbeurs 2016/2017 VO DL/B/110284 09/20/2016 141 141 ja
Zij instromers 2016-2018 sector VO DL/B/110284 10/20/2016 40 40 nee
Lerarenbeurs 2017/2018 VO DL/B/110284 09/20/2017 179 179 nee
Lerarenbeurs 2017/2018 PO DL/B/110284 09/20/2017 71 71 nee

G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

Omschrijving Kenmerk Datum Bedrag van toewijzing Ontvangen t/m 2017 Totale kosten Te verrekenen ultimo verslagjaar    

G2-B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar

Omschrijving Kenmerk Datum Bedrag van toewijzing Ontvangen t/m 2017 Lasten in verslagjaar Totale kosten 31-12-2017 Saldo nog te besteden ultimo verslagjaar

5.7 WNT-verantwoording 2017 Stichting OOZ

Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op Stichting OOZ. Het voor Stichting OOZ toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2017 € 165.000 (sprake van klasse F, naar aanleiding van de berekende complexiteitspunten (gemiddelde baten = 8 punten, gemiddeld aantal leerlingen = 4 punten en gewogen onderwijssoorten = 5 punten).

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen, gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

bedragen x € 1 H.T. Damhof A. de Wit
Functiegegevens Voorzitter College van Bestuur Lid College van Bestuur
Aanvang en einde functievervulling in 2017 01/01-31/12 1/11-31/12
Deeltijdfactor in fte 1 1
Gewezen topfunctionaris? nee nee
(Fictieve) dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen € 136.482 € 17.447
Beloningen betaalbaar op termijn € 17.588 € 2.788
Subtotaal € 154.070 € 20.235
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum € 165.000 € 27.500
-/- Onverschuldigd betaald bedrag € - € -
Totale bezoldiging € 154.070 € 20.235
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2016

bedragen x € 1 H.T. Damhof
Functiegegevens Voorzitter College van Bestuur
Aanvang en einde functievervulling in 2016 01/01-31/12
Deeltijdfactor 2016 in fte 1
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen € 136.823
Beloningen betaalbaar op termijn € 15.182
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum € 164.000
Totale bezoldiging 2016 € 152.005

 

bedragen x € 1 H.F. Kruize J.A. Diepenhorst J.A. Diepenhorst S. van Gemeren H.J.M. Kenkuis F.J. Markerink S. van Ruth M.F. Harrigan M. Zandvoort
Functiegegevens Voorzitter Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2017 01/01-31/07 01/08-31/12 01/01-31/07 01/01-31/03 01/01-31/12 01/01-31/12 01/01-31/12 01/10-31/12 01/10-31/12
Bezoldiging
Bezoldiging * € 6.158 € 3.863 € 3.558 € 1.586 € 6.150 € 6.150 € 4.625 € 1.525 € 1.525
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum € 14.375 € 10.313 € 9.625 € 4.125 € 16.500 € 16.500 € 16.500 € 4.125 € 4.125
-/- Onverschuldigd betaald bedrag € - € - € - € - € - € - € - € - € -
Totale bezoldiging € 6.158 € 3.863 € 3.558 € 1.586 € 6.150 € 6.150 € 4.625 € 1.525 € 1.525
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2016

bedragen x € 1 H.F. Kruize J.A. Diepenhorst S. van Gemeren H.J.M. Kenkuis F.J. Markerink S. van Ruth M.F. Harrigan M. Zandvoort
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2016 01/01-31/12 01/01-31/12 01/01-31/12 01/01-31/12 01/01-31/12 01/03-31/12 nvt nvt
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen € 9.100 € 6.050 € 7.865 € 6.050 € 6.050 € 5.033 € - € -
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum € 24.600 € 16.400 € 16.400 € 16.400 € 16.400 € 13.667 € - € -
Beloningen betaalbaar op termijn € - € - € - € - € - € - € - € -
Totale bezoldiging 2016 € 9.100 € 6.050 € 7.865 € 6.050 € 6.050 € 5.033 € - € -

5.8 Verbonden Partijen

Naam
Juridische vorm Statutaire zetel Code activiteiten Eigen vermogen 31-12-2017 Resultaat jaar 2017 Art. 2: 403 BW Consolidatie Deelname
Stichting Voorzieningenfonds Gymnasium Celeanum Stichting Zwolle 4 70 2 Nee Nee 33%
Stichting Scola Stichting Elburg 3 0 10 Nee Nee 33%
SWV PO 23.04 Veld, Vaart en Vecht Stichting Ommen 4 937 -626 Nee Nee 5%
SWV PO 23.05 IJssel Vecht Stichting Zwolle 4 350 0 Nee Nee 3%
SWV VO 23.05 IJssel Vecht Stichting Zwolle 4 250 0 Nee Nee 11%
SWV VO 23.07 NO Overijssel Stichting Hardenberg 4 538 0 Nee Nee 14%
SWV VO 2509 NW Veluwe Harderwijk Stichting Harderwijk 4 2.976 1.169 Nee Nee 7%
Stichting Orthopedagogisch Centrum de Ambelt Stichting Zwolle 4 6.182 -865 Nee Nee *

Stichting Voorzieningenfonds Celeanum hanteert een boekjaar van 1 augustus tot en met 31 juli. De opgenomen cijfers betreffen conceptcijfers per 31 juli 2017

Stichting Scola beschikt nog niet over conceptcijfers 2017, de opgenomen bedragen betreft de stand per 31 december 2016

De opgenomen cijfers van de SWV’s betreffen de cijfers uit de jaarverslagen 2016. Er zijn nog geen definitieve cijfers door de diverse SWV’s afgegeven met betrekking tot 2017

Stichting Orthopedagogisch Centrum de Ambelt beschikt nog niet over conceptcijfers 2017, de opgenomen bedragen betreft de stand per 31 december 2016

(*) Stichting Orthopedagogisch Centrum de Ambelt vormt met ingang van 1 augustus 2017 een personele unie met OOZ. Binnen de personele unie is in zowel theorie als praktijk de zeggenschap gescheiden. Dit houdt in dat OOZ geen zeggenschap heeft over de besluitvorming binnen de Ambelt en vice versa. Als gevolg hiervan wordt ook niet tot consolidatie overgegaan. Wel vinden interne verrekeningen plaats voor de onderlinge in- en uitleen van personeel. Dit geldt bijvoorbeeld voor het College van Bestuur en de afdelingen governance, HR en facilitair. In 2017 bedroeg de hoogte van deze verrekening € 37K.

5.9 Segmentatie

Baten
Support PO SO VO
3.1 Rijksbijdragen 1.058 30.458 11.734 47.957
3.2 Overige overheidsbijdragen 341 237 349
3.5 Overige baten 5.333 1.506 188 2.189
Totaal Baten 6.391 32.304 12.160 50.495
Lasten
4.1 Personeelslasten 4.911 26.336 10.635 39.134
4.2 Afschrijvingen 199 812 342 2.107
4.3 Huisvestingslasten 467 2.649 492 2.642
4.4 Overige lasten 411 1.908 673 5.307
Totaal lasten 5.988 31.705 12.143 49.190
Saldo baten en lasten 403 600 17 1.305
6.1 Financiële baten 11
6.2 Financiële lasten 6 2 6
Resultaat 407 598 16 1.299
Resultaat
Support 407
PO 598
SO 16
VO 1.299
2.321
Controle 407 598 16 1.299.278,03
-100,00

Baten en lasten overzicht support

Werkelijk 2017 Begroting 2017 Werkelijk 2016
Baten
3.1 Rijksbijdragen 1.058 0 -1
3.2 Overige overheidsbijdragen 0 0 0
3.5 Overige baten 5.333 5.202 4.803
Totaal baten 6.391 5.202 4.803
Lasten
4.1 Personeelslasten 4.911 4.226 5.099
4.2 Afschrijvingen 199 187 196
4.3 Huisvestingslasten 467 194 217
4.4 Overige lasten 411 573 518
Totaal lasten 5.988 5.179 6.030
Saldo baten en lasten 403 22 -1.227
Financiële baten en lasten
6.1 Financiële baten 11 69 25
6.2 Financiële lasten 6 6 0
Saldo fin. baten en lasten 5 63 25
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering 407 85 -1.202
Resultaat 407 85 -1.202

Baten en lasten overzicht Primair Onderwijs

Werkelijk 2017 Begroting 2017 Werkelijk 2016
Baten
3.1 Rijksbijdragen 30.458 29.628 29.670
3.2 Overige overheidsbijdragen 341 231 235
3.5 Overige baten 1.506 1.202 1.567
Totaal baten 32.304 31.061 31.472
Lasten
4.1 Personeelslasten 26.336 26.082 26.257
4.2 Afschrijvingen 812 877 770
4.3 Huisvestingslasten 2.649 2.476 2.547
4.4 Overige lasten 1.908 1.626 1.793
Totaal lasten 31.705 31.060 31.366
Saldo baten en lasten 600 1 105
Financiële baten en lasten
6.1 Financiële baten 0 0 0
6.2 Financiële lasten 2 1 0
Saldo fin. baten en lasten -2 -1 0
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering 598 0 105
Resultaat 597.918 - 105.181

Baten en lasten overzicht Speciaal Onderwijs

Werkelijk 2017 Begroting 2017 Werkelijk 2016
Baten
3.1 Rijksbijdragen 11.734 11.247 11.567
3.2 Overige overheidsbijdragen 237 174 124
3.5 Overige baten 188 100 302
Totaal baten 12.160 11.521 11.993
Lasten
4.1 Personeelslasten 10.635 9.986 10.268
4.2 Afschrijvingen 342 335 329
4.3 Huisvestingslasten 492 512 520
4.4 Overige lasten 673 688 705
Totaal lasten 12.143 11.521 11.822
Saldo baten en lasten 17 0 171
Financiële baten en lasten
6.1 Financiële baten 0 0 0
6.2 Financiële lasten 0 0 0
Saldo fin. baten en lasten 0 0 0
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering 16 0 171
Resultaat 16 0 171

Baten en lasten overzicht Voortgezet Onderwijs

Werkelijk 2017 Begroting 2017 Werkelijk 2016
Baten
3.1 Rijksbijdragen 47.957 46.663 45.621
3.2 Overige overheidsbijdragen 349 368 268
3.5 Overige baten 2.189 1.960 2.183
Totaal baten 50.495 48.991 48.071
Lasten
4.1 Personeelslasten 39.134 37.947 38.777
4.2 Afschrijvingen 2.107 2.038 1.903
4.3 Huisvestingslasten 2.642 2.733 2.686
4.4 Overige lasten 5.307 5.628 5.451
Totaal lasten 49.190 48.346 48.816
Saldo baten en lasten 1.305 645 -745
Financiële baten en lasten
6.1 Financiële baten 0 0 0
6.2 Financiële lasten 6 0 0
Saldo fin. baten en lasten -6 0 0
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering 1.299 645 -745
Resultaat 1.299 645 -745

5.10 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

In 2017 is sprake van een aantal langlopende contracten. Het betreft hier contracten die, indien van toepassing, via een Europese aanbestedingsprocedure tot stand zijn gekomen:

  1. Er is een contract met de verhuurder van de huisvesting aan de Dobbe. Dit contract heeft een waarde in 2017 van € 139K en loopt door tot en met 28 februari 2018. In 2018 is het contract verlengd tot en met 31 oktober 2023.
    In het kader van de huur is een bankgarantie aan de verhuurder afgegeven van € 35K.
  2. Een contract over levering van energie (elektriciteit) met Engie Energie, afgesloten via een inkoopcollectief. Het contract is ingegaan op 1 januari 2016 voor de duur van 2 jaren (tot en met 31 december 2017). Dit contract is verlengd tot en met 31 december 2018. De waarde hiervan in 2017 is € 302K.
  3. Een contract over levering van energie (gas) met Greenchoice, afgesloten via een inkoopcollectief. Het contract is ingegaan op 1 januari 2016 voor de duur van 2 jaren (tot en met 31 december 2017). De waarde hiervan in 2017 is € 563K.
    Het contract is in 2017 stilzwijgend met ingang van 1 januari 2018 voor de duur van 2 jaren (tot en met 31 december 2019) verlengd.
  4. Met Novon is op 1 mei 2015 een contract afgesloten voor schoonmaak voor de duur van 4 jaren (tot en met 30 april 2019). De waarde hiervan in 2017 was € 1.870K.
  5. Multifunctionals
    Met Ricoh Nederland BV is met ingang van 1 februari 2014 een overeenkomst afgesloten voor 4 jaren (tot en met 31 januari 2018) inzake de levering van papier voor multifunctionals. De waarde hiervan in 2017 is € 53K.
    Met Canon BV is met ingang van 1 mei 2014 een overeenkomst afgesloten voor 5 jaren (tot en met 30 april 2019) inzake de levering van multifunctionals. De waarde hiervan in 2017 is € 303K.
  6. Afvalverwerking
    In 2015 is een contract afgesloten met Remondis voor de afvalverwerking voor 3 jaar (tot en met 31 oktober 2018). De waarde hiervan in 2017 is € 74K.
  7. In 2016 is met Switch een contract afgesloten voor beheer ICT infrastructuur met een looptijd van 3 jaar (tot en met 31 december 2018). De waarde in 2017 is € 915K.
  8. In 2013 is een contract afgesloten met Jansen Installaties met een looptijd van 3 jaar en verlenging met 3 jaar. In 2017 is het contract verlengd tot en met 31 december 2019. Dit betreft preventief onderhoud en inspecties aan technische installaties. De waarde in 2017 is € 470K.De waarde in 2017 is inclusief werkzaamheden die volgens het contract niet als standaard worden aangemerkt.
  9. In 2016 is met Scholten Awater een contract afgesloten voor de levering van hardware met een looptijd van 3 jaar tot oktober 2018. De waarde in 2017 was € 475.000
  10. Met Van Dijk educatie bestaat een langlopend contract dat jaarlijks indien nodig wordt geactualiseerd. De waarde in 2017 was € 1.400.000

Tabel looptijden Niet uit de balans blijkende verplichting

Volgnr. Omschrijving < 1 jaar 1 t/m 4 jaar > 4 jaar
Bedragen x € 1.000
1 Huur Dobbe 141,5 452,4 94,3
2 Energie contract (elektriciteit) 302
3 Energie contract (gas) 563 563
4 Schoonmaak contract 1.694 565
5 Multifunctionals contract 307,4 101
6 Afvalverwerking 61,7
7 ICT contract 605
8 Technisch contract 181 181
9 ICT contract PM (*)
10 Contract leermiddelen PM (*)

(*) De afname van deze twee contracten is in grote mate afhankelijk van wensen en ontwikkelingen binnen OOZ. Als gevolg daarvan kan geen indicatie worden gegeven van de verplichting van het komende jaar.

Eeuwigdurende vordering

In 2013 is een stelselwijziging doorgevoerd met betrekking tot de eeuwigdurende vordering. Waarde in 2017 is maximaal 7,5% van de personele bekostiging VO: € 2.825K (2016: € 2.705K). Onderwijsinstellingen in het Voortgezet Onderwijs hebben de mogelijkheid om op basis van de Regeling “Onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging voortgezet onderwijs” een vordering op het ministerie van OCW op te nemen. Het eeuwigdurende karakter van deze vordering (uitkering zal alleen bij liquidatie plaatsvinden) leidt op basis van discontering tot nul-waardering. OOZ neemt deze vordering daarom op onder de Niet uit de Balans Blijkende Verplichtingen.

Aansprakelijkheidsstelling

Gedurende 2017 heeft één van de ouders van een leerling een aansprakelijkheidsstelling gedaan. De aansprakelijkheid ziet toe op de claim dat OOZ een leerling de benodigde zorg en hulp zou ontzeggen. OOZ staat op het standpunt dat de benodigde zorg wel voor de leerling toegankelijk is. Vooralsnog is er geen indicatie dat dit leidt tot een uitvloeiing van middelen.

5.11 Toelichting op de staat van baten en lasten

3 Baten
3.1 Rijksbijdragen OCW
2017 Begroting 2017 2016
3.1.1 Rijksbijdragen OCW/EZ
Rijksbijdrage VO 43.177 41.269 40.697
Rijksbijdrage PO 36.776 36.421 36.458
3.1.1 Rijksbijdragen OCW/EZ 79.953 77.691 77.155
3.1.2 Overige subsidies OCW/EZ
Niet-geoormerkte subsidies 5.511 4.891 4.645
Geoormerkte subsidies
Toerekening investeringssubsidies 62 62 72
3.1.2 Overige subsidies OCW/EZ 5.573 4.953 4.717
3.1.3.3 Ontvangen doorbetalingen rijksbijdrage samenwerkingsverbanden 5.680 4.894 4.983
Totaal rijksbijdragen OCW 91.207 87.538 86.855

De hogere rijksbijdrage VO ten opzichte van 2016 wordt veroorzaakt door de groei van het aantal leerlingen (ruim 100). De stijging ten opzichte van de begroting wordt verklaard door reguliere prijsbijstellingen welke ten tijde van de begroting niet bekend waren.

De niet-geoormerkte subsidies zijn bijna € 1 miljoen miljoen hoger dan 2016. Dit komt met name voort uit niet begrote groeibekostiging PO (€ 0,3 miljoen), de hogere vaststelling van de prestatieboxmiddelen dan ten tijde van de begroting bekend was (€ 0,2 miljoen voor PO/SO en € 0,4 miljoen voor VO) en € 0,1 miljoen hogere baten inzake bekostiging opvang vreemdelingen. De stijging ten opzichte van de begroting kent grotendeels dezelfde oorzaken. Ten tijde van de begroting was wel geanticipeerd op een stijging van de prestatieboxmiddelen maar deze zijn uiteindelijk hoger vastgesteld.

De baten van de ontvangen doorbetalingen rijksbijdrage SWV zijn opnieuw hoger dan begroot en het voorgaande jaar. De € 0,8 miljoen hoger baten dan begroot vinden met name hun oorsprong in hogere ontvangsten die ten tijde van de begroting onbekend waren.

3.2 Overige overheidsbijdragen
2017 Begroting 2017 2016
3.2.2.2 Overige gemeentelijke en GR-bijdragen en -subsidies 927 773 626
Overige overheden
927 773 626
Totaal overige overheidsbijdragen 927 773 626

De gemeentelijke bijdragen liggen € 0,3 miljoen hoger dan 2016. Dit wordt voor € 0,1 miljoen verklaard door een hogere subsidie inzake kansenbeleid omdat OOZ nu voor meer leerlingen anderstaligen onderwijs aanbied. Daarnaast zijn de gemeentelijke bijdragen inzake verhuur met € 0,1 miljoen gestegen als gevolg van een toename van het gebruik van externe sport faciliteiten. De stijging ten opzichte van de begroting betreft tevens de hogere toegekende subsidie inzake kansenbeleid.

3.5 Overige baten
2017 Begroting 2017 2016
3.5.1 Opbrengst verhuur 358 362 304
3.5.2 Detachering personeel 460 216 369
3.5.5 Ouderbijdragen (VO) 1.239 1.279 1.326
3.5.9 Opbrengst catering 79 66
3.5.10 Overige 1.041 874 1.312
Totaal overige baten 3.177 2.731 3.378

De baten inzake detacheringen zijn meer dan verdubbeld ten opzichte van de begroting. De reden hiervoor is dat in de begroting enkel de reeds bekende detacheringen opgenomen zijn. Gedurende 2017 zijn het aantal detacheringen flink toegenomen als gevolg van gevoerd beleid.

De overige baten zijn hoger dan begroot. Dit komt voor € 0,1 miljoen voort uit afrekeningen van de gemeente Zwolle ontvangen (€ 0,1 miljoen) en als gevolg van diverse baten binnen de scholen welke niet begroot zijn geweest.

4 Lasten
4.1 Personeelslasten
2017 Begroting 2017 2016
4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten
4.1.1.1 Lonen en salarissen 54.382 69.095 55.280
4.1.1.2 Sociale lasten 8.236 0 7.959
4.1.1.3 Premies Participatiefonds 900 0 838
4.1.1.4 Premies Vervangingsfonds 44 0 52
4.1.1.5 Pensioenpremies 7.760 0 6.614
71.323 69.095 70.744
4.1.2 Overige personele lasten
4.1.2.1 Dotatie overige personele voorzieningen 681 343 442
4.1.2.2 Lasten personeel niet in loondienst 1.901 1.434 2.497
4.1.2.3 Schoonmaakpersoneel 66 65 55
4.1.2.3 Overige 2.352 2.476 2.525
5.001 4.317 5.519
4.1.3 Ontvangen vergoedingen
4.1.3.3 Overige uitkeringen, die de personeelslasten verminderen -492 -78 -476
Totaal personeelslasten 75.832 73.334 75.787
Gemiddeld aantal fte's 1.089 1.120

OOZ heeft geen medewerkers die werkzaam zijn in het buitenland.

Vorig jaar reeds hebben we een stijging van onze loonkosten, als gevolg van externe ontwikkelingen, moeten accepteren. Ook in 2017 is deze ontwikkeling zichtbaar.

De pensioenkosten zijn opnieuw gestegen. Deels omdat in 2017 pas de verhoging over 2016 door ABP in rekening is gebracht (incidentele verhoging) en deels als gevolg van de structurele verhoging van de pensioenpremies, daarnaast is de grondslag tevens hoger in verband met de cao stijgingen in de afgelopen jaren. De brutosalarissen zijn uiteindelijk lager dan 2016 als gevolg van de afname van de fte’s in de laatste maanden van het jaar.

De dotaties van de personele voorzieningen zijn hoger dan begroot en 2016 als gevolg van een toename van de dossiers inzake ww / wachtgelders welke wij niet hadden geanticipeerd ten tijde van de begroting (€ 0,3 miljoen).

De kosten voor personeel niet in loondienst zijn € 0,6 miljoen lager dan 2016. Voor € 0,3 miljoen wordt dit veroorzaakt doordat de sector PO niet langer gebruikt maakt van inhuur van Randstad. Ook binnen het VO is minder inhuur van externen zichtbaar (€ 1,5 miljoen). Bij Support zijn, als gevolg van nieuwe contractafspraken, de kosten voor externe salarisverwerking gedaald (€ 0,2 miljoen). Ten opzichte van de begroting zijn de kosten bijna € 0,5 miljoen hoger. Dit wordt met name veroorzaakt door inhuur welke ten tijde van de begroting niet waren voorzien (juridische kosten, inhuur ten behoeve van professionalisering en automatisering Support) voor een bedrag van € 0,3 miljoen. Door het SO is € 0,1 miljoen meer gebruik gemaakt van de expertise van de Vogellanden, voortkomend uit de stijging van het aantal leerlingen.

De overige personele kosten zijn met € 0,2 miljoen gestegen ten opzichte van 2016. € 0,1 miljoen stijging wordt verklaard door de stijging van de kosten voor toelaatbaarheidsverklaringen voor het SO. Daarnaast wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van de WKR (€ 0,1 miljoen). Met name de mogelijkheid om de aanschaf van devices in de WKR te gebruiken vind in stijgende mate aftrek. Ten opzichte van de begroting zijn de overige personele kosten € 0,2 miljoen lager. Dit wordt veroorzaakt door de lagere kosten inzake nascholing voor de sector SO en één van de VO scholen.

4.2 Afschrijvingen
2017 Begroting 2017 2016
4.2.2 Afschrijvingen materiële vaste activa
Gebouwen 605 359 471
Inventaris en apparatuur 2.855 3.077 2.726
Totaal afschrijvingen 3.461 3.436 3.197

De afschrijvingskosten liggen in lijn met de begroting. Op de twee verschillende subcategorieën zijn wel afwijkingen zichtbaar. De reden hiervan is dat de investeringen op inventaris en apparatuur in 2017 significant lager zijn dan ten tijde van de begroting verwacht als gevolg van uitgestelde investeringen. In de afschrijvingslast van de gebouwen is een incidentele afboeking inzake de buitengebruik stelling van één van de schoollocaties verantwoord (€ 0,3 miljoen). De stijging ten opzichte van 2016 wordt tevens hierdoor veroorzaakt. Ook binnen de inventaris is een boekverlies geleden als gevolg van deze buiten gebruik stelling. Het verschil is als boekverlies verwerkt in de afschrijvingslast 2017.

4.3 Huisvestingslasten
2017 Begroting 2017 2016
4.3.1 Huurlasten 685 754 679
4.3.7 Dotatie voorziening onderhoud 1.158
4.3.3 Onderhoudslasten (klein onderhoud) 1.106
4.3.4 Energie en water 1.031
4.3.5 Schoonmaakkosten 1.755
4.3.6 Belastingen en heffingen ter zake van huisvesting 118
4.3.8 Overige huisvestingslasten
Totaal huisvestingslasten 6.125 5.813 5.848

Binnen de huisvestingslasten zijn relatief kleine afwijkingen zichtbaar. De belangrijkste verklaring voor de afwijking van de realisatie ten opzichte van zowel 2016 als de begroting betreft een extra dotatie aan de voorziening groot onderhoud (€ 0,2 miljoen) om zodoende de voorziening in meerjarenperspectief financieel gezond te krijgen.

4.4 Overige lasten
2017 Begroting 2017 2016
4.4.1 Administratie en beheer
Administratie en beheer 1.218 1.396 1.285
Reis- en verblijfskosten 192 165 193
Overige beheerslasten 60
1.410 1.560 1.538
4.4.2 Inventaris en apparatuur 1.873 1.811 1.744
4.4.3 Leer- en hulpmiddelen 1.666 1.334 1.601
4.4.5 Overige
Wervingskosten 201 229 238
Representatiekosten 41 41 46
Kosten boeken 1.418 1.633 1.557
Overige 960 1.184 998
2.620 3.087 2.839
Totaal overige lasten 7.569 7.791 7.723

De overig beheerslasten zijn met ingang van 2017 verantwoord onder de subcategorie administratie en beheer. Ondanks dat is een daling van deze kosten zichtbaar ten opzichte van 2016. Deze daling komt volledig voort uit het feit dat in 2016 incidentele kosten zijn gemaakt in het besluitvormingstraject ‘personele unie Ambelt’.

De kosten van leermiddelen zijn aanzienlijk hoger dan begroot. Dit komt met name voort uit hogere kosten in de sectoren PO en SO. Gegeven de uitputting van 2016 zijn deze kosten in de begroting te laag ingeschat. Daarnaast zijn de kosten voor excursies voor de sector VO hoger dan begroot.

De kosten van boeken (sector VO) zijn lager dan zowel de begroting als de 2016. In de afgelopen jaren is gebleken dat de aanschaf van boeken hoger ligt dan de bekostiging die van het Rijk ontvangen wordt. Een aantal scholen hebben uiterst kritisch de boekenlijst doorgenomen om hier zodoende op te besparen in het kader van de interne vereveningsopdracht.

De lagere overige instellingslasten (€ 0,2 miljoen lager dan begroot) betreffen begrote activiteiten voor leerlingen VO (gefinancierd vanuit private middelen) welke uiteindelijk niet zijn uitgevoerd.

Separate specificatie kosten instellingsaccountant 2017 Begroting 2017 2016
Kosten onderzoek jaarrekening 52 42 61
Andere controleopdrachten 4
Adviezen op fiscaal terrein
Overige niet-controlediensten 1 49
Totaal 58 42 110

De kosten inzake onderzoek jaarrekening betreffen de in 2017 ontvangen facturen voor het uitvoeren van de werkzaamheden in dit boekjaar. Deze wijze van specificeren is consistent ten opzichte van eerdere jaren. In 2016 is, in verband met het besluitvormingstraject ‘personele unie Ambelt’, onder andere een due dilligence onderzoek uitgevoerd. Dit betroffen incidentele kosten.

6 Financiële baten en lasten
2017 Begroting 2017 2016
6.1 Financiële baten
6.1.1 Rentebaten 11 69 37
6.1.3 Waardeveranderingen financiële vaste
activa en effecten 0 -12
11 69 25
6.2 Financiële lasten
6.2.1 Overige financiele lasten 14 7 0
14 7
Saldo fin. baten en lasten -3 62 25

De reden dat de financiële baten lager zijn dan zowel 2016 als vorig jaar komt voort uit het bijzonder lage rendement dat momenteel op spaartegoeden behaald kan worden.

5.12 Resultaatbestemming

2.1.1.1 Algemene reserve    
  resultaat Support     -163
  resultaat sector PO    
  resultaat sector SO     5
  resultaat sector VO     948
791
2.1.1.2 Bestemmingsreserve publiek
Eerste waardering PO -18
Eerste waardering VO
Exploitatie gymgebouw PO 7
Exploitatie gymgebouw SO 11
Passend Onderwijs 367
Onderwijsvernieuwing PO 509
Personeel 570
1.446
 
2.1.1.3 Bestemmingsreserve privaat
Reserve ouderbijdragen 123
123
 
2.1.1.5 Bestemmingsfondsen
Bestemmingsfonds Emma -8
Bestemmingsfonds kantine
Bestemmingsfonds ICT -16
Bestemmingsfonds onderwijs -15
-39
 
Saldo exploitatie boekjaar 2.321

 

5.13 Gebeurtenissen na Balansdatum

OOZ kent geen gebeurtenissen na balansdatum die van invloed zijn op haar financiële overzichten zoals deze in deze jaarrekening zijn verantwoord.

5.14 Bestuursbesluit

Vergadering Raad van Toezicht d.d. 19 juni 2018.

Agendapunt: jaarrekening 2017

Geachte Raad,

Hierbij stel ik u voor de jaarrekening 2017 vast te stellen met een positief saldo van € 2.321K en akkoord te gaan met een verwerking van voornoemd saldo aan de reserves conform het voorstel resultaatbestemming.

Zwolle, 19 juni 2018

Voorzitter College van Bestuur,

De heer C.J. Elsinga

Lid College van Bestuur,

De heer A. de Wit55

Besluit (Raad van Toezicht)

De Raad van Toezicht (bestuur) stelt de jaarrekening 2017 vast met een positief saldo van € 2.321K en gaat akkoord met een verwerking van voornoemd saldo aan de reserves conform het voorstel resultaatbestemming.

Zwolle, 19 juni 2018

De voorzitter, De secretaris,
de heer drs. H.J.M. Kenkhuis de heer F.J. Markerink MMC
mevrouw mr. drs. S. van Ruth de heer drs. M. Zandvoort RA
mevrouw mr. M.F. Harrigan
Scroll Scroll
"Education
will help change
our future"

6.1 Statutaire bepalingen betreffende winstbestemming

OOZ kent geen statutaire bepalingen betreffende winstbestemming.

6.2 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Scroll Scroll

7.1 ANBI gegevens

Stichting Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio, nummer bevoegd gezag 42623. Ook genoemd: Stichting OOZ. Het RSIN of het fiscaal nummer RSIN: 8519.39.764

De contactgegevens

Bezoekadres: Dobbe 74, 8032 JX Zwolle Postadres: Postbus 55, 8000 AB Zwolle
Telefoonnummer: 038-4555940
E-mailadres: secretariaat@ooz.nl
Internetadres: www.ooz.nl

De bestuurssamenstelling en de namen van de bestuursleden

Stichting OOZ werkt volgens het zogenaamde ‘Raad van Toezicht - College van Bestuur’ (governance) model. Het College van Bestuur bestond tot 1 november 2017 enkel de voorzitter (mevrouw H.T. Damhof MME). Per 1 november is de heer A. de Wit als lid College van Bestuur benoemd. Mevrouw H.T. Damhof is per 31 december 2017 teruggetreden als voorzitter. Per 23 april 2018 start de heer C.J. Elsinga als nieuwe voorzitter College van Bestuur.

Het beleidsplan

Het beleidsplan van de Stichting OOZ is weergegeven in het strategisch beleidsplan Koers & Ambities en www.koersenambities.nl

Het beloningsbeleid

Medewerkers van de Stichting OOZ ontvangen hun beloning op basis van de CAO-VO (Voortgezet Onderwijs) of CAO PO (Primair Onderwijs), afhankelijk van de onderwijssector waarin de medewerker de functie heeft.

De bestuurder van Stichting OOZ ontvangt haar beloning op basis van de CAO Bestuurders VO (Voortgezet Onderwijs).

Leden van de Raad van Toezicht ontvangen hun honorering op basis van een regeling van de VTOI (Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen) dat richtlijnen geeft voor de honorering van Raden van Toezicht.

De doelstelling

De doelstelling van de Stichting OOZ staat vermeld in de statuten van de stichting:

Het geven van openbaar onderwijs in de zin van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en het daartoe in stand houden en oprichten van scholen voor primair (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs in de gemeenten Zwolle, Hattem, Dalfsen en Ommen. Het ontplooien van activiteiten die dienstbaar zijn aan het geven van openbaar onderwijs;

De instandhouding van onderwijsvoorzieningen buiten de genoemde gemeenten die een directe samenhang hebben met de scholen die de stichting in stand houdt;

Het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden gericht op het geven van openbaar onderwijs dan wel activiteiten die dienstbaar zijn aan het geven van openbaar onderwijs.

De stichting beoogt niet het maken van winst en het onderwijs binnen de stichting is toegankelijk voor alle leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensovertuiging.

7.2 Colofon

Uitgave:

Stichting OOZ

Tekst:

Stichting OOZ

Vormgeving & Realisatie:

True Communications Apeldoorn

Scroll